Den Hal Central op zee

Team Openbaar Vervoer arriveert deze ochtend iets voor half 3 aan het appartement.

Na een vlucht van Schiphol naar Milaan en een Flixbusrit naar Genua — via Rome, want waarom ook niet — stappen ze binnen als twee backpackers die net een halve wereldreis achter de rug hebben. Hoe je van Milaan naar Genua geraakt via Rome blijft een klein mysterie, maar op dat uur van de nacht stel je je daar waarschijnlijk geen vragen meer bij.

We besluiten om iedereen pas om tien uur wakker te maken. Zelfs vakantie heeft zijn grenzen.

De eerste missie van de dag is eenvoudig: de koffers in de Dacia droppen, want we willen nog eerst een stadswandeling doen.

Tot mijn lichte verbazing zitten alle autoruiten er nog in. Noem me paranoïde, maar sinds die pijnlijke dag in de Champagne — waarvan de details beter niet opnieuw worden opgerakeld zonder een stevig glas wijn — neem ik geen enkel risico meer. Dekens gaan standaard mee om bagage af te dekken en de auto wordt strategisch zo dicht mogelijk tegen een hekwerk geparkeerd. Als ze hem willen openbreken, mogen ze er op zijn minst eerst een logistieke studie voor maken.

En al zeker na de verhalen van Robbe over Genua by night. Volgens hem verandert de stad na zonsondergang in een decor waar junks, hoeren, schimmige figuren, bierlucht en ratten de dienst uitmaken. Het blijft tenslotte een havenstad. Blijkbaar was er vannacht zelfs iemand van de Flixbus op een rat getrapt bij het uitstappen.

Het Genua van deze ochtend staat in schril contrast met de bruisende stad die we eerder leerden kennen. Op zondag lijkt de stad collectief op pauze te staan. Behalve in de kerken, want zondag is hier nog altijd gewoon ‘zondag misdag’. Superkatholiek Italië neemt dat nog ernstig. Terwijl de stad zelf op halve kracht draait, stromen de kerken vol en klinkt er achter elke zware houten deur wel ergens een sermoen.

Wij volgen intussen onze Komoot-wandeling, vertrekkend vanuit de oude haven. De geur van het nachtleven hangt nog in de straten en laat zich bezwaarlijk als ‘fris’ omschrijven. In de minder toeristische wijken krijgen graffiti en verval vrij spel, wat niet meteen reclame is voor de stad.

Naarmate de wandeling vordert, herpakt Genua zich. De straten worden levendiger, de sfeer warmer. Straatmuzikanten duiken op: een duo dat reggaehits speelt met een leeg flesje op de snaren van een oude basgitaar, een vrouw die verrassend overtuigend Dua Lipa op viool brengt, en een sopraan die zich volledig smijt voor een van de statige palazzi.

Omdat we nog niet ontbeten hebben, duiken we een broodjeszaak binnen. Op het terras genieten we van focaccia, met een drankje erbij. Voor 44 euro eten en drinken we met z’n allen.

Focaccia is normaal gezien niet meteen mijn ding. Dat heeft alles te maken met de laatste keer dat ik het heb gegeten in Barolo. De focaccia was zo droog dat het bij elke hap het laatste restje vocht uit mijn mond leek weg te zuigen. Ideaal voor wanneer je kelder onder water staat en dringend droog moet, maar niet om de dag mee te starten als ontbijt.

Maar deze keer valt het verrassend goed mee. Of mijn smaakpapillen zijn milder geworden, of de omstandigheden maken veel goed.

Na de wandeling halen we de auto op. Alle ruiten zitten er nog in. En de bagage ook.

Ik drop mijn medereizigers en de bagage aan de terminal en rij naar de garage die Belinda vooraf gereserveerd heeft. De man aan de parking verwijst me door naar een andere zone.

Gewoon even rond het gebouw rijden.

Aan de andere kant kom ik aan een bareel. Ook daar staat een man. En ook hij stuurt me verder.

Rechtdoor.

Ik rij rechtdoor.

En nog wat verder.

Maar na enkele honderden meters begin ik te twijfelen. Ik zie geen parkeerplaatsen, er is geen personeel, en er zijn geen andere auto’s te bespeuren. Dit kan niet kloppen. Na een kilometer begin ik me licht zorgen te maken. Nog wat verder en ik verwacht elk moment een bord “Milaan 12 kilometer”.

Bij een volgende bareel vraag ik opnieuw uitleg.

Nog wat verder, dan links, en blijven volgen.

Nog verder? Ik zie de Duomo al verschijnen.

Braaf volg ik de instructies, om uiteindelijk… opnieuw uit te komen waar ik begonnen was. Alleen rijd ik nu aan de andere kant van de kilometerlange omheining. Ik laat de auto achter en geef de sleutel af in ruil voor een ontvangstbewijs.

De boarding verloopt dan weer verrassend vlot. We moeten niet meer verzamelen in het theater voor de safetydrill zoals vroeger, maar gewoon even aanmelden in de MSC-app en een veiligheidsfilmpje online bekijken. We zetten het filmpje op… terwijl we onze eerste cocktail drinken op het dek. Op dat moment maken we ook een eigen groepje aan in de app. Die heeft ondertussen namelijk ook een eigen berichtenservice zodat we elkaar berichten kunnen sturen via de wifi van het schip.

Daarna beginnen we aan een eerste verkenning van de MSC World Europa. Met zijn 333 meter lengte, 22 dekken, meer dan 6.700 passagiers en 2.200 personeelsleden is dit geen schip meer, maar een klein dorp dat van stad naar stad drijft.

Wat meteen opvalt, is de centrale promenade: een lange overdekte galerij die dwars door het schip loopt, geflankeerd door bars, restaurants en winkeltjes. Boven je hoofd hangt een gigantisch LED-plafond dat voortdurend van sfeer verandert. Het ene moment vliegen er zwermen vogels over je heen, even later zwemmen er walvissen voorbij, dan weer zie je de melkweg in al haar glorie. Je wandelt eigenlijk door een digitale droomwereld.

Achteraan opent die promenade zich spectaculair over meerdere verdiepingen in open lucht. Daar ligt de “World Promenade”, met terrassen en restaurants. Je zit er met zicht op zee, aan de binnenkant van het schip. Indrukwekkend en licht absurd tegelijk.

Voor de durvers is er ook “The Venom Drop”: een glijbaan van elf dekken hoog die zich als een spiraal langs de achterkant van het schip naar beneden slingert. Waarschijnlijk een zot idee dat iemand bij MSC ooit in de ideeënbus heeft gestoken: “We hebben hier nog wat ruimte… ik heb een geweldig idee!”

Verder vind je alles aan boord wat je verwacht van een kleine stad: een theater, een fitness met welness, een casino, zwembaden en zelfs een eigen brouwerij. Er is zoveel te zien en alles is zo mooi en sfeervol afgewerkt dat je steeds weer ergens naartoe vertrekt en onderweg drie keer iets tegenkomt waardoor je vergeet waar je eigenlijk naartoe was.

We belanden in de bierbar “Masters of the Sea”, waar ze hun eigen bier brouwen. Voetbal staat op groot scherm, gelukkig zonder geluid, zodat er nog normaal kan gepraat worden. Iets later start een live set met twee muzikanten, terwijl wij genieten van een biercocktail. Het geheel doet denken aan een soort Hal Central op zee — alleen met iets meer horizon.

Niet iedereen heeft zin in een show vanavond in het theater, maar Lars en Lune laten zich overtuigen om mee te gaan naar de Eco Rock Show in het World Theatre, waar met gemak een kleine 1.100 toeschouwers binnen kunnen.

We hebben ondertussen al heel wat shows gezien op eerdere cruises, en die waren meestal van een verrassend hoog niveau: gevarieerd, met indrukwekkende (digitale) decors, sterke performers en doorgaans twee mannelijke en twee vrouwelijke leadstemmen die duidelijk gecast waren op complementariteit en vocal skills.

Al na de eerste noot voelen we direct aan dat het anders zal zijn op dit schip. Jammer genoeg. Het decor oogt nogal passe-partout en de muziek klinkt flets en artificieel. Alsof in de studio alles wat in de laagtes en de hoogtes moest doorleven, vakkundig is weggefilterd en vervangen door een soort digitale mist die over alles blijft hangen.

De twee mannelijke leadzangers zijn geen native Engelse stemmen, wat op zich geen probleem hoeft te zijn. Alleen lijkt de uitspraak van één van hen wel verdacht veel op die van die Italiaan uit Allo Allo! die daar ook al aan overacting deed. De andere is vocaal een stuk minder sterk en voelt zich zichtbaar het meest op zijn gemak wanneer hij de backings mag meelippen terwijl er een nummer van Queen door de zaal galmt.

De vrouwelijke stemmen zijn technisch beter, maar ongelukkig gecast voor het repertoire. Eén van hen is op jonge leeftijd in een ketel met pathos gevallen en zingt elk nummer alsof ze de slotaria van een opera mag vertolken. De andere heeft zeker haar momenten, maar krijgt het geheel niet alleen terug op de rails.

Het resultaat is een show die zo fout is dat hij opnieuw goed wordt. Een beetje De Familie Backeljau. Ondertussen ook cult. Maar nu op zee. Lars en Lune amuseren zich in elk geval kostelijk met het rariteitenkabinet op het podium.

Voor etenstijd zakken we af naar de panoramabar. Zuiderse muziek klinkt door de ruimte, alles wordt live gebracht en de sfeer zit meteen goed. Voor een publiek van makkelijk vierhonderd man staan de artiesten zich zichtbaar te amuseren. Wij kijken met evenveel plezier toe, terwijl we iets bestellen om te drinken.

Wanneer ik mijn bestelling doorgeef en mijn cruisecard toon, antwoordt de garçon plots: “Je mag gerust in het Nederlands bestellen hoor.” Blijkbaar heeft de man de Vlaamse tongval feilloos herkend in mijn middelbare schoolengels.

We raken aan de praat. Hij blijkt na zijn studies te zijn blijven plakken in Leuven. Daar heeft hij een studio gekocht, die ondertussen door vrienden wordt gehuurd en dus wordt afbetaald terwijl hij zelf op cruises werkt. Overdag staat hij hier als ober, maar daarnaast is hij ook muziekingenieur en festivalmuzikant. Af en toe staat hij zelf ook op het podium aan boord van verschillende cruisebedrijven.

Hij werkt via een agency dat hem aan verschillende cruisebedrijven koppelt. Als muzikant kan dat voor zo’n twintig uur per week oplopen tot ongeveer 6.000 euro per maand. Als ober ligt dat eerder rond de 2.300 euro, maar dan wel 7 dagen op 7 gedurende acht maanden. En ondertussen betalen zijn vrienden zijn studio af. Niet slecht gezien van die Oostenrijkse Leuvenaar die ondertussen al zo’n 100 landen heeft bezocht.

Het wordt deze week voor hem een memorabel moment. Zijn vader, die hij al enkele jaren niet meer gezien heeft, komt hem deze week voor het eerst live zien optreden in het theater. Dat belooft een emotioneel moment te worden.

Eten doen we vanavond voor het eerst in het Hexagon restaurant. We krijgen onze vaste tafel voor 7 voor de rest van de reis. De eerste avond is altijd wat zoeken met de QR-codes waarmee je de menukaart op je scherm tovert en de drankenkaart, zeker als er enkele neofieten bij zitten in het cruisetoerisme of cruisen alleen maar kennen uit een tijd dat ze zelf nog niets moesten bestellen.

Toch is de algehele beoordeling van de kinderen zeer positief over het eten. Ze geven toe dat ze zonder ons nooit à la carte zouden gaan eten zijn, en zijn allemaal meer dan tevreden over de smaken en de kwaliteit van wat ze besteld hadden.

Morgen staat Rome op het programma. De aaneenrijging van citytrips wordt verder gezet.

(zondag 12 april 2026)

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑