Mama, we have a problem

Met haar aantreden heeft Zuhal Demir de onderwijswereld stevig door elkaar geschud. Op anderhalf jaar tijd werden nieuwe minimumdoelen goedgekeurd in het Vlaams Parlement en hebben alle onderwijskoepels nieuwe leerplannen opgesteld. Een huzarenstuk waar anders járen overheen gaan. De timing om dit alles te implementeren ligt bovendien bijzonder strak. Demir wil er alles aan doen om de dalende onderwijskwaliteit een halt toe te roepen.

Dat zet ook educatieve uitgeverijen onder zware druk. Elke uitgeverij komt met nieuwe of vernieuwde methodes die aan die nieuwe doelen moeten voldoen. Wat normaal gespreid gebeurt over meerdere jaren en afhankelijk is van welk leerplan er wordt vernieuwd, moest nu allemaal tegelijk en voor elk vak. In de bijna dertig jaar dat ik in de educatieve sector actief ben, heb ik dit nog nooit meegemaakt.

De voorbije maanden waren dan ook pittig. Werk dat uitliep in weekends en feestdagen, zonder ook maar één dag congé te nemen.

Tot gisterenavond.

Om klokslag zes uur werd er een duidelijke lijn getrokken.

De laatste feedback op kopijen en proeven werd doorgestuurd, nadat eerder deze week de algemene handleiding van onze nieuwe rekenmethode op punt was gezet. Daarna ging de laptop dicht. Definitief. Enfin, toch voor een week.

Hapjes verschenen op tafel en de plop die door de keuken galmde toen ik een flesje Rhônewijn opentrok, voelde als een officieel startschot. Het begin van een aperomoment met alle kinderen.

Gezamenlijke aperotime is zeldzaam geworden. De kinderen komen vaak later thuis nu ze allemaal in het hoger onderwijs zitten. Rune werkt geregeld ’s avonds in de frituur, Robbe zit tijdens de week op kot en draait op zondag shifts in De Sjoks. Iedereen leeft ondertussen zijn eigen ritme.

We voelden al een tijdje dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we met z’n allen samen op reis gaan. Lars begint volgende maand te werken en de rest zal hopelijk snel volgen. Verwachten dat iedereen daarna nog vlot tijd zal vrijmaken om met ons op vakantie te gaan, is eerlijk gezegd geloven in sprookjes.

Tijdens de apero volgt nog een laatste check: heeft iedereen alles mee en weet iedereen waar en wanneer hij verwacht wordt?

De reis begint namelijk met een logistieke splitsing in twee teams.

Aan de ene kant heb je Team Openbaar Vervoer — ook wel de Schipholse schapen genoemd — met Robbe en Lars. Aan de andere kant Team Dacia, oftewel de tuf-tuf-club: de rest van het gezin.

Niet omdat we een pilootaflevering opnemen voor een nieuw televisieformat waarin teams tegen elkaar racen richting Genua, maar uit pure noodzaak.

Met zeven volwassenen in een Dacia Logan kruipen, mét een dakkoffer vol reistassen, lukt misschien nog net qua volume. Maar het overschrijdt het draagvermogen van de auto ruimschoots. Iets waar Belinda en ik eerlijk gezegd niet meteen bij hadden stilgestaan, tot Kas — een ferme vent uit Halle — ons daar fijntjes op wees. In Italië doen ze namelijk geregeld controles, wist hij te vertellen. En bovendien: als er iets gebeurt, ben je niet verzekerd. En hij kan het weten.

Dus: twee teams.

Team Openbaar Vervoer vertrekt zaterdag vanaf Robbes kot, neemt de boemeltrein naar Brussel en stapt daar op de Eurostar richting Schiphol, om vervolgens het vliegtuig naar Genua te nemen. Het enige nadeel is dat ze een stevige tijd moeten doorbrengen in de vertrekhal, maar dat heeft dan weer het voordeel dat een eventuele vertraging van de trein hen niet meteen hun vlucht kost.

Op papier een solide strategie.

Om ongeveer gelijktijdig in Genua aan te komen, moet Team Dacia vroeg uit de veren. We spreken af om stipt om zes uur ’s ochtends te vertrekken. Geen nachtbrakerij dus.

Een plan dat in de praktijk gebaseerd blijkt op een licht overschat vertrouwen in de discipline van het gezelschap.

Hoewel mijn wekker op half zes staat, zit ik om vijf uur al rechtop in bed. In de kamer naast ons is een Chinese man luid beginnen brullen — één van de ‘originele’ ringtones van Rune, die hij als wekker gebruikt. De Chinees blijft onverstoord verder roepen tot iemand hem het zwijgen oplegt. En aangezien Rune zelf nog diep in dromenland verkeert, mag ondergetekende de honneurs waarnemen.

Ik kruip nog even terug in bed, in de hoop tot half zes te kunnen soezen. Nog geen kwartier later marcheert een half Russisch leger de kamer van Rune binnen. Opnieuw een veel te luide ringtone. Opnieuw zit ik rechtop in bed. En opnieuw slaapt Rune rustig verder, terwijl ondertussen de rest van het huis wakker is geworden van al dat communistisch geweld.

Ik geef het op en begin me klaar te maken. Dat uitsoezen zal iets voor op de boot zijn.

Net wanneer ik naar beneden wil gaan, klinkt de derde wekker. Deze keer een loeiharde panfluitmelodie, een kruising van “El condor pasa” en een alpaca die onverdoofd de keel wordt overgesneden en een laatste levenskreet de Andes injaagt.

En Rune? Die slaapt gewoon verder. Met geen stokken wakker te krijgen.

Uiteindelijk vertrekt Team Dacia met een kwartier vertraging. Waze geeft, uitzonderlijk, maar één route aan: binnendoor naar Lier, vervolgens via Mechelen en Brussel richting Frankrijk, om daarna via Zwitserland Italië binnen te rijden. In Antwerpen zijn ze deze nacht begonnen met het vervangen van twee bruggen op de E313 — iets waar half België al dagen voor gewaarschuwd wordt, inclusief berichten via BE-alert. Alsof de Duitsers opnieuw op het punt staan de grens over te steken.

Omdat een vakantie al begint bij de heenrit, kies ik koppig voor een beter en vooral mooier alternatief dan door het treurigste stuk van België te moeten rijden. We cruisen door het groene Limburg, via Luxemburg naar Frankrijk, en nemen voor één keer niet de richting Lyon maar Straatsburg.

Onderweg krijgen we via WhatsApp een foto van Team Openbaar Vervoer: Lars in een flightsimulator op Schiphol. Ze zitten dus op schema. Mooi.

Wij zitten op dat moment in Zwitserland waar ze, da’s geweten, niet op een tunnel meer of minder kijken. De afwisseling tussen de donkere tunnels en het felle zonlicht aan het einde ervan doet mijn ogen voortdurend knipperen.

We hebben ondertussen twee derde van de rit afgelegd en, op één plaspauze na, bijna onafgebroken gereden. Het is dus tijd om even de benen te strekken en voor een ijsje, net voor we de Gotthard Tunnel induiken.

De Gotthard zelf lijkt eindeloos. Net na de tunnel gaat de telefoon. Robbe.

We hebben onze vlucht gemist.

Even denk ik dat ik het verkeerd heb begrepen. Belinda neemt de telefoon over.

Hoezo, jullie hebben jullie vlucht gemist? Jullie zitten daar al uren!

De uitleg is tegelijk eenvoudig en pijnlijk: ze waren even naar het toilet en toen ze terugkwamen, bleek het boarden al afgesloten. Dat moet dan wel een erg korte boarding geweest zijn ofwel een intensief toiletbezoek. Of beiden.

Wat volgt is een stroom aan telefoongesprekken. Scenario’s worden in sneltempo afgewogen en weer afgevoerd. Een rechtstreekse vlucht naar Genua diezelfde dag blijkt niet meer mogelijk. De volgende dag wel, maar dat houdt het risico in dat ze de boot missen, want die vertrekt zondag. Uiteindelijk wordt er een alternatief gevonden: vandaag nog een vlucht naar Milaan nemen, en van daaruit verder richting Genua.

Hoe precies en wanneer, dat weet niemand. Een trein, de Flixbus, een Uber, achterop bij een Milanees op een scooter — alles passeert de revue. Er wordt constant heen en weer gebeld. De vlucht is geboekt, maar de rest van het traject hangt af van eventuele vertragingen en dus van geluk en van improvisatietalent.

Terwijl Team Openbaar Vervoer zich heruitvindt, rijden wij Italië binnen. Hier blijken verkeersregels eerder suggestief te zijn. De GPS geeft snelheidslimieten aan die voortdurend veranderen, terwijl er langs de kant van de weg geen enkel bord staat dat die veranderingen aankondigt. Tegelijk wordt er wel gewaarschuwd voor automatische controles. Het is een beetje alsof je een examen moet afleggen waarvoor niemand je de leerstof heeft gegeven.

Daar komt nog bij dat het verkeer op Italiaanse autostrades bestaat uit twee uitersten: het type oude bomma dat door de week nooit met de auto rijdt en dan op zondag beslist om op fietstempo het verkeer te gaan hinderen en het type laagvlieger dat iedere weg ziet als Francorchamps. En dat krioelt zomaar door elkaar. Je laat kinderen hun fietsexamen toch ook niet afleggen tijdens een tijdrit in de Tour?

Wat de Zwitsers hebben met tunnels, hebben de Genuanen niet. We slingeren het laatste half uur langs heuvelruggen op tweevaksbanen terwijl er geregeld locals in ons gat boren. Nochtans rij ik aan de maximumsnelheid. Veel geduld hebben die laagvliegers niet, dus steken ze voorbij, of er een scherpe bocht aankomt of niet.

Ik ben dus blij wanneer ik eindelijk Genua binnenrijd. Een gevoel dat al snel weer over is. Het verkeer rond de haven vormt één grote, voortdurend bewegende massa, dat gestuurd wordt door het viaduct dat langs de kustlijn loopt. En probeer tijdens het vinden van een parkeerplek maar eens terug te rijden als blijkt dat de parking die je wilde gebruiken volzet is.

Living on the edge. En stevig wat gevloek.

Uiteindelijk slagen we erin de auto ergens kwijt te raken. Voor de zekerheid nemen we de toilettas van de verloren Schipholse schapen mee. Je weet maar nooit dat ze vannacht alsnog opduiken.

Belinda had vooraf een appartementje voor één nacht geboekt, zodat we marge hebben om de boot te halen. Geen overbodige luxe blijkt nu. Het appartement had mooie beoordelingen en was al bij al niet duur.

De realiteit blijkt echter minder aantrekkelijk. Het interieur is het resultaat van een all you can shop-marathon in de kringwinkel. De zetels zijn doorgezakt en overal hangen en liggen prullaria die op geen enkele manier bij elkaar passen – Bart Appeltans zou hier een hartverzakking krijgen. Er is niet één deur die nog in het slot valt, de bezetter die de muren gedaan heeft moet dringend eens naar Dobbit TV kijken om te zien hoe het moet en als er een lamp stuk is boven de douche, moet je die dan echt vervangen door een rode lamp? De dampkap boven het kookeiland komt waarschijnlijk van een faillissement van een grootkeuken en is van een formaat dat ze het volledige keukenlandschap domineert. De verwarmingsketel maakt ondertussen een aanhoudend, dreigend geluid. Alsof hij de halve Kaukasus bij min dertig probeert warm te houden. De lancering van de Artemis II vorige week maakte minder lawaai.

Gelukkig is er ook een lichtpunt: de ligging. Op enkele stappen van het appartement staan we tussen de terrasjes langs de drukke kade. We belanden bij Antica Trattoria Maria, het eerste het beste terras met een uitgebreide kaart. En we laten de vakantie écht beginnen.

Na een korte nacht en een lange rit duiken de kinderen vroeg hun bed in.

De verwarmingsketel bromt ondertussen lustig verder. Onvermoeibaar.

Ik zet me in een doorgezakte zetel en begin aan het neerschrijven van deze eerste reisdag. Als één dag al zoveel teweegbrengt, dan vraag ik me af wat de rest van deze reis nog in petto heeft. Maar misschien is dat net de essentie van een goede reis: dat niets helemaal loopt zoals gepland — en dat daar achteraf de beste verhalen uit voortkomen.

Plaats een reactie

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑