Het begin van ons volgende leven in Frankrijk?

Ons laatste ontbijt in De l’autre coté is exact hetzelfde als de voorbije twee dagen. Koffie en getoast brood, de nouveau.

Hoe deze B&B aan een 9,4 is geraakt op Booking en zelfs een 5 op 5 op Tripadvisor, blijft me verbazen. Zou de eigenaar, al dan niet via Booking, een leger Indiërs hebben ingehuurd om met de hulp van Google Translate positieve reviews te schrijven en hoge scores uit te delen?

Vandaag meanderen we via lokale wegen richting Montcuq in het departement Lot. Deze wijnregio hebben we eerder al verschillende keren bezocht. Straks zullen we dus een beetje thuis komen.

Maar uiteraard niet voordat we ons van onze nobele vinologische taak gekweten hebben.

Het eerste wijndomein dat we onderweg aandoen, ligt in Eauze.

Hoewel we aan de grote poort van Domaine Tariquet staan, geeft Waze aan dat we nog 630 meter verwijderd zijn van onze bestemming. Dat kan kloppen, want er is geen gebouw te zien in de directe omgeving.

We volgen de aangegeven route en rijden de lange oprijlaan op. Exact 630 meter verder parkeren we onze wijnmobiel op een kleine parking met uitzicht op de wijngaarden. Best wel indrukwekkend, zo’n persoonlijke landingsbaan.

En dan te denken dat hier zo’n 100 jaar geleden alleen een woning stond met nog slechts 7 hectaren aan wijngaarden. De rest was ten onder gegaan door de druifluis die in de 19de eeuw de wijngaarden van West-Europa teisterde.

Het duurde tot het begin van de jaren 70 voor de productie terug ten volle werd opgestart. De eerste armagnacs van het domein dateren uit die tijd. Drie generaties later bezit het familiebedrijf meer dan 900 hectaren aan wijngaarden.

We worden ontvangen door een haastige vrouw. Nu ja, ‘ontvangen’?

De zestigjarige wervelwind stormt druk over het wandelpad naast de degustatieruimte waar ze ons terloops inslingert, zodat ze zich nog snel even met enkele andere mensen op het domein kan bezighouden.

Terwijl we ons haar terug in de juiste plooi leggen, wat bij mij relatief snel lukt, nemen we de onooglijke proefruimte in ons op die in schril contrast staat met het instituut dat het wijndomein ondertussen geworden is. Een oude kast herbergt het uitgebreide gamma van Domaine Tariquet. De donkerkleurige eik van de kast, de balken aan het plafond en de loodzware houten tafel waar we ondertussen een plekje aan gevonden hebben, stralen degelijkheid uit, maar geen grandeur.

De wervelwind stormt binnen en geeft ons een boekje met het volledige gamma van Domaine Tariquet met liefst 12 witte wijnen en 2 rosés. Tel daarbij de rode wijnen van domeinen die ondertussen ook eigendom zijn geworden van de familie en hun armagnacs en je weet dat we zorgvuldig zullen moeten kiezen wat we gaan proeven.

Als we de vrouw mogen geloven, is alles wat ze ons ingiet als degustatieportie fantastique, superbe of magnifique. Onze beleving is iets minder wooooaw en geweldig dan die van de jongere zus van Eddy Wally. De meeste wijnen zijn ok, maar ook niet meer dan dat.

De Tête de cuvée, een 100% chardonnay valt echter bijzonder in de smaak. Een potige en tegelijk elegante wijn met een volle afdronk die gemaakt werd van druiven van stokoude wijnstokken. Deze witte wijn zou nog zo’n 8 jaar kunnen liggen, maar of die dat gaat redden, is maar de vraag. Hij is ideaal voor in de donkere herfstmaanden wanneer er paddenstoelen op je bord liggen en zo’n herfst kan bij momenten nogal lang duren. Enfin, we zien wel.

We kopen ook twee doosjes rood: een soepele doordrink merlot-syrah-blend van Domaine du Mage en de royalere Tête de cuvée van hetzelfde domein die mooi zou passen naast de boterige chardonnay in een zoveelgangenmenu. Er breken mooie tijden aan, dat is duidelijk.

Of we ook de armagnac willen proeven? vraagt de wervelwind tussen twee telefoons door.

Ja, hoor.

Ze schenkt een mooie degustatieportie in nieuwe proefglazen. Ik ben zelf niet zo’n liefhebber van sterke dranken, al kan ik een lekkere cognac bij momenten wel appreciëren. De instap-armagnac in m’n glas kan echter niet naast de cognac staan die we thuis in onze bescheiden drankenkast hebben staan.

Eerlijk is eerlijk, het is appelen met peren vergelijken. De vieille réserve is de meest prestigieuze cognac van Domaine des grandes Jouberteries. Die vergelijken met de basis armagnac in mijn proefglas gaat dus niet op.

Toch kost deze instap-armagnac maar liefst 59 euro, zo’n 20 euro meer per fles dan onze goddelijke huiscognac. De betere armagnacs gaan bij Tariquet vlot over de 100 euro en voor de oudere jaargangen mag je VISA-saldo nog een stuk verder in het rood.

We laten de armagnacs voor wat ze zijn, rekenen af en trekken verder naar Nérac voor de lunch.

L’escadron volant ligt aan een pleintje recht over het Château-musée Henri IV dat z’n plek vond in de enig overblijvende vleugel van het Château de Nérac. We lunchen dus op de vroegere binnenplaats van het kasteel.

Terwijl we genieten van een degelijke cuvée prestige van Château Pierron bij onze steak tartare en groentenlasagne, worden cohorten pubers gedropt op het plein voor een verplicht museumbezoek. Ze hebben er duidelijk geen zin in om hun namiddag tussen archeologische vondsten door te brengen. De helft houdt zelfs na verschillende aanmaningen gewoon de oortjes ingeplugd om zich mentaal af te sluiten, de rest hoort de instructies van de begeleider niet omdat ze druk gesticulerend ratelen tegen elkaar.

Zonde van de uitstap, bedenk ik me. Jongeren enthousiast maken voor geschiedenis is toch niet zo moeilijk? Je moet het gewoon weten aan te pakken. De laatste maanden speel ik geregeld met de gedachte om terug te gaan lesgeven. Niet voltijds en al helemaal niet tot m’n pensioen, maar gewoon om ooit eens datgene te doen waarvoor ik destijds de lerarenopleiding ben gaan volgen: leerlingen prikkelen met geschiedenis. Zoals destijds Veerle Luyts op Sint-Jan bij mij deed.

Werelden gaan open, patronen worden zichtbaar, lessen worden getrokken, of net niet. Dat is waar geschiedenis voor mij over gaat. Leerlingen enkele uren per week hierin onderdompelen en inzicht doen krijgen, ik denk dat er geen mooiere job bestaat.

Behalve dan misschien die van wijnproever, ook al worden we hiervoor alleen maar in natura betaald.

Op slechts enkele kilometers van onze lunchplek ligt Château du Frandat.

In tegenstelling tot vanochtend is er geen lange oprijlaan en ook een parkeerplek is op het eerste zicht niet voorzien. Tot we een klein bordje opmerken dat ons naar een grasveldje naast de wijngaard leidt. Zo kan het ook, natuurlijk.

We parkeren de wijnwagen in het hoge gras en nemen de weidse wijnvelden in ons op. Het is drukkend warm.

Een witte enthousiaste hond komt met de tong uit z’n bek de wijngaard uitgerend. Laetitia, de wijnboerin van dienst, volgt kort daarna. Ze is bezweet en veegt met een wijnboerinnenzakdoek de parels van haar voorhoofd.

Viens!

Laetitia gidst ons naar de degustatieruimte waar het lekker koel is. Haar ouders kochten het domein in het begin van de jaren 80. In die tijd ging alles wat de wijngaarden voortbrachten rechtstreeks naar de coöperatieve. Dat wijnboeren samen investeren in één wijnbedrijf dat met hun druiven wijn maakt en commercialiseert heeft alles met geld te maken. Het volledige proces van druiven kweken, oogsten, persen, wijnmaken, rijpen, bottelen, stockeren, commercialiseren en uiteindelijk verkopen vraagt een serieuze investering.

Toch besloten haar ouders een kleine 10 jaar later om het anders aan te pakken en alles in eigen beheer te doen. Met succes.

Vandaag hebben ze 26 hectaren aan wijngaarden in hun bezit met merlot, cabernet franc en cabernet sauvignon. Daarnaast maken ze ook Floc de Gascogne, een aperitiefwijn die je kunt vergelijken met een Pineau des Charentes, al is de Floc de Gascogne niet versterkt met cognac, maar met armagnac.

We bunkeren drie flesjes Floc de Gascognes en enkele dozen rood: Le merlot du Frandat, de Château du Frandat 2016 en de Cuvée Majorat 2018. Als bedankje voor onze aankoop krijgen we nog een flesje cabernet franc mee dat we best licht gekoeld drinken volgens de wijnboerin. Komt goed.

Anderhalf uur later komen we aan bij La Belle Bleu, onze eindbestemming van vandaag. We hoeven straks de deur niet meer uit, want we kunnen ter plaatse genieten van een driegangenmenu.

De chef des huizes is Chanthal, een goedlachse dame die ons met een kamerbrede, oprechte glimlach welkom heet en onmiddellijk vraagt of we iets willen drinken.

Ga lekker zitten. Ik maak voor jullie een mojito met verse munt uit de tuin.

We nemen plaats op het overdekte terras met zicht op oneindig. Hier en daar zie je daken en huizen als kleine gekleurde vlekjes tegen de groene heuvelruggen. Aan de voet van de heuvel ligt Sainte-Croix, een onooglijk dorpje met nog geen 100 inwoners en een kerktoren die een keer per uur van zich laat horen. Verder is er geen teken van leven. Als je hier niet tot rust komt, waar dan wel?

Het oude dakgebinte waar we onder zitten doet vermoeden dat deze plek al een kleine eeuwigheid meegaat. Niets is minder waar. De vorige eigenaar van dit terrein was verliefd geworden op een schuurtje in een ander dorp. Hij kocht de volledige constructie, demonteerde ze zorgvuldig en bouwde het geheel opnieuw op. Het huis waarin Chanthal en haar partner Natasja nu wonen, werd er nadien gewoon tegen gebouwd door de vorige eigenaar. Vlak naast het huis laten de dames een nieuwe woning bouwen waar ze binnenkort in trekken, zodat ze het huis, de kamer en de aparte gite kunnen verhuren en toch een plekje voor zichzelf hebben.

Chanthal tovert in geen tijd een tot in de puntjes verzorgd driegangenmenu op tafel: we starten met een copieuze caesar salad, dan volgt eend met asperges en boontjes en we eindigen met een goddelijke crème brûlée met tijm uit de tuin. En dat voor 35 euro per persoon. Heerlijk!

Omdat we de enige gasten zijn vanavond eten we gezellig samen met onze gastvrouwen. Al gauw gaat het over onze droom om op termijn ook een leven in Frankrijk uit te bouwen. Het wordt het gespreksonderwerp van de avond.

Natasja blijkt naast mede-uitbater van het aards paradijs ook makelaar te zijn in Montcuq. Ze vertelt gepassioneerd over haar job en hoe ze erin slaagt om mensen en vastgoed duurzaam te matchen.

Je verkoopt hier geen huis, je verkoopt hier een droom.

En dat klopt, ook vanavond. Bij een lekker rosétje uit de buurt worden onze plannen steeds concreter. Natasja stelt ons op heel wat vlakken gerust: in Frankrijk wordt alles hoe langer hoe meer gereglementeerd. De cowboyverhalen van niet vergunde panden of uitbreidingsmogelijkheden die helemaal niet kunnen op een terrein, zoals je dat bijna in elke Ik vertrek ziet, ga je hier niet meer tegen komen. Voor iets verkocht wordt in Frankrijk moet de verkoper zich namelijk met heel wat in regel stellen en voor ongeveer alles de nodige attesten kunnen voorleggen. Alles wordt ook in detail beschreven en je hebt dus vooraf een goed beeld wat je koopt en wat er al dan niet mogelijk is.

Een van de neergepote huisjes op de heuvelrug waar we op kijken staat trouwens te koop. 8 hectaren grond, een groot huis met een prachtige tuin en grote garageboxen die perfect een tweede leven kunnen krijgen als gite. Perfect binnen ons budget.

We zien ons al naar elkaar zwaaien van op het terras.

Het klikt enorm met de meiden en ik heb veel vertrouwen in Natasja als makelaar.

Zou zij over 8 jaar onze ‘immo tinder’ kunnen zijn en voor ons een eigen aards paradijs kunnen vinden?
Is deze avond het prille begin van ons volgende leven in Frankrijk?

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: