De keuze is gemaakt: we verhuizen naar …

Toen ik in de lagere school zat, leverde bakker Gysels elke zaterdag vers brood bij ons thuis. Een drankenhandelaar passeerde bij de buren en elke week reed ook een mobiele supermarkt van Peeters-Govers door de straat. Nu zijn het alleen nog pakjesdiensten die aan huis komen en zwaar onderbetaalde leverboys en -girls van een pizzeria of kebabzaak.

In Portugal bestaat het aan huis brengen van levensmiddelen nog steeds, zeker in landelijke gebieden. Je hangt gewoon een boodschappentas aan het hek voor je huis met daarin wat geld en een papiertje met daarop wat je wil bestellen. De bakker doet elke dag zijn ronde en levert precies datgene wat je bestelt. Je hoeft je geen zorgen te maken over diefstal van je geld of van je brood, want daar doen Portugezen niet aan mee. Je hoeft ook niet in te stappen in een vervelende abonnementsformule of elke week te bestellen. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan.

Na het ontbijt trekken we naar Alcobaça waar de grootste kerk van Portugal staat, een van de ‘zeven wonderen van Portugal’. De kerk en het ernaast gelegen cisterciënzerklooster dateren uit de 12de eeuw en zijn strak gotisch, naar het model van de abdij van Clairvaux.

De cisterciënzers zijn een soort van liturgische spartanen en zijn niet vies van werk. Sterker nog, ze moeten volgens hun eigenlijk huishoudelijk reglement volledig instaan voor hun eigen leven en onderhoud. Zoals het hoort, eigenlijk.

Daarom telen ze hun eigen groenten, hebben ze vaak uitgebreide veestallen en maken verschillende ordes hun eigen wijn, kaas of bier die ze meestal ook verkopen. Wat ze zelf niet nodig hebben, moeten ze besteden aan goede doelen. En in het geval van de trappisten van Westmalle, ook een cisterciënzerorde, is dat best veel. Ze steunen met de verkoop van hun bier en kaas heel wat lokale projecten en staan mensen ook individueel bij. Je mag dus best trots zijn op jezelf als je volgende keer geniet van een lekkere tripel. Want zonder hun noeste arbeid en jouw uitstekende biervoorkeur, zou de wereld er somberder uitzien.

Maar goed, we zitten niet in Westmalle, maar in Alcobaça.

Zoals gezegd, is de kerk groots, maar sober, wat niet gezegd kan worden van de baroktorens die er later tegenaan geplakt zijn. De hoge, dikke zuilen van de kerk die op korte afstand van elkaar staan, trekken de aandacht onmiddellijk naar het altaar.

Waar in gotische kathedralen de zuilen vaak voorzien zijn van versiersels en ornamenten, zijn deze goddelijke zuilen minimalistisch opgevat. Alsof de aannemer de kerk casco heeft opgeleverd. Ze zijn in elk geval dik genoeg om er een beeldhouwer op los te laten om ze ter plekke slanker te kappen en ineens te voorzien van Bijbelse figuren.

In de dwarsbeuk staan twee fraai afgewerkte graftombes van de lokale Romeo en Julia, die hier luisteren naar de naam Pedro en Inês. Inês was de minnares van Pedro en de hofdame van zijn Spaanse verloofde. Pedro’s vader, koning Alfons IV, liet de minnares vermoorden door huurmoordenaars.

Toen de koning stierf en Pedro hem opvolgde, liet hij Inês opgraven en tooien met koninklijke waardigheid. Hij organiseerde postuum een huwelijk in de abdijkerk. Het lijk van Inês werd op een troon geplaatst en alle hovelingen werden verplicht om haar hand te kussen. De huurmoordenaars werden opgepakt en gemarteld.

Pedro liet Inês begraven in een tombe in de abdijkerk. Pedro’s tombe staat aan de andere kant van de dwarsbeuk, zodat ze op de dag van de verrijzenis elkaar direct in de ogen zullen kunnen kijken.

Voor de lunch trekken we naar Óbidos, een plaatsje dat Jan Anton heel goed kent, omdat hij hier een tijdje in de buurt heeft gelogeerd tijdens zijn zoektocht naar het ideale huis.

Óbidos is een mooi, pittoresk dorpje dat opvalt door zijn wit gepleisterde muren met gele en blauwe strepen. Het is erg toeristisch met heel veel winkeltjes en horeca, maar vandaag is het er redelijk kalm. Overal kun je geschilderde spullen kopen of proeven van een lokale kersenspecialiteit die soms wordt geschonken in chocoladen proefglaasjes.

Omdat er een stevige wind staat, besluiten we binnen te eten in Taberna O Lidador.

De menukaart is tweetalig: Portugees en Engels. Dat is handig. Ons Portugees is namelijk nogal roestig. Jan Anton slaat zich wel met een innemende vlotheid uit de slag. Hij investeert dan ook vanaf dag 1 in zijn nieuwe thuistaal.

Ik kan me inbeelden dat je zonder de Engelse vertaling op de menukaart en zonder ingeweken Nederlander met Portugese talenknobbel aardig zou staan kijken wanneer ze je bestelling komen brengen. Een ‘karaf’ blijkt namelijk geen karaf te zijn, maar een fles.

Nu ja, daar zouden we als dorstige toerist niet onmiddellijk moeilijk over doen. Maar als je op een bloedhete dag wil gaan voor een fris gerecht en je daarom iets ‘no forno’ bestelt, dan zie je even later de warme dampen van je bord komen, want ‘no forno’ betekent vreemd genoeg ‘in de oven’.

Het eten zelf is lekker en copieus. De gigantische inktvis op mijn bord figureerde ooit nog in een boek van Jules Verne toen het beest de schuit van kapitein Nemo de dieperik in wilde trekken. Hij eindigt vreedzaam en wordt overspoeld door een passende witte topper van Adega Mayor.

Winkelen in Portugal is een beetje als winkelen in Frankrijk. Ook daar vind je enorme winkelcentra met een stevig uit de kluiten gewassen hypermarkt.

We doen inkopen in de Continente op een half uur van Jan Antons stukje paradijs op aarde. Wat ons als wijnliefhebbers het meest benieuwt na de minder-dan-vier-euro-proeverij van gisteravond, is natuurlijk de wijnrayon.

Die blijkt er niet te zijn. Toch niet in enkelvoud.

We mogen spreken van een heuse wijnafdeling die stijlvol is ingericht en duizenden flessen wijn herbergt, voor ieders bek. Al vindt Chico, Jan Antons buurman, een wijn van 3,29 euro al zonde van het geld omdat zijn eigen wijngaard hectoliters doordrinkwijn opbrengt.

Chico gaan we in deze afdeling dus niet tegen komen, en dat geeft ons de rust om alles grondig te verkennen. Er staan naast een paar obligate Franse wijnen stevige Portugese kleppers op de planken, maar het merendeel bestaat uit heel betaalbare wijnen. En daarop staan volgens Jan Anton zowat het hele jaar enorme kortingen. Wijnen van rond de 10 euro die je voor 3,5 euro kunt bunkeren.

En als het nog goedkoper mag, dan koop je de wijn toch gewoon in drankkarton? Een literbrik voor de grote dorst en handige 125 ml-exemplaren voor op school. Die Portugezen doen niet aan Capri Sun. Die inlandse wijnzee moet op en dat is een dagtaak voor iedereen. Niet neuten … drinken.

En ondanks dit extralegale voordeel van leven in Portugal loopt het platteland hier compleet leeg. Jongeren trekken naar de steden en bouwen daar hun leven uit. Wanneer ze uiteindelijk het ouderlijke huis erven, voelt niemand de behoefte om terug te keren. De huizen in de regio tussen Lissabon en Porto raken in verval. De tand des tijds slaat genadeloos toe.

De huizen staan jarenlang leeg en worden verkocht aan bodemprijzen. 25.000 euro voor een hectare grond is zelfs aan de dure kant. En ook de dienst ruimtelijke ordening van de gemeente doet niet moeilijk: als de bouwoppervlakte ‘min of meer’ gelijk blijft, mag je doen wat je wil.

Op wandelafstand van het huis van Jan Anton staan tientallen ‘opknappertjes’, zoals onze gastheer ze noemt. De bomen groeien op sommige plaatsen letterlijk door het dak.

Het valt dus niet te verbazen dat de gemiddelde leeftijd van de overblijvende inwoners hier net een beetje hoger ligt dan in de volgebouwde gebieden. We zien overwegend mannen met petten die rond sjezen in ambachtelijke pick-ups. Alsof je naar een aflevering van de Zonen van Van As zit te kijken. Jempie is in da house.

Vanavond zet Belinda zich aan de kookpotten.

Bij de scampi diabolique hoort een Portugese wijn uiteraard, maar daarna volgen ook overheerlijke kelderrestanten zoals een Chablis van Vincent Dauvissat en een Beaujolais van Domaine Louis-Claude Desvignes: Les Impénitents Morgon 2014.

Het geeft ons tijd om te mijmeren, maar ook om knopen door te hakken.

Ons Franse avontuur komt namelijk met de dag dichterbij. In 2030 verkopen we de boel en gaan we ‘Ik vertrek’-gewijs zuidelijker horizonten opzoeken. Dat het Frankrijk wordt, staat al vast. Maar waar in Frankrijk?

Het mediterrane zuiden is over een jaar of 10 in de greep van weerextremen met ondraaglijke zomers. Niet goed voor de wijn dus.

De twee regio’s die de top 3 vervolmaken, blijven dus over: de Lot-et-Garonne en de Bourgogne.

De eerste omdat het er zo geweldig mooi is, de Malbec er zijn thuisbasis vindt en toeristen nog niet alles hebben overgenomen.

De tweede omwille van de cultuur en de beperkte afstand tot wie we achterlaten.

Jan Anton is duidelijk: “De Bourgogne is saai en leeg, zoals de Champagne. Er valt niets te beleven en alle wijn is al op voorhand verkocht aan Chinezen. Beter dus een stuk zuidelijker gaan wonen, want liever twee maanden per jaar iets te warm dan 10 maanden per jaar te koud. Ga ergens wonen waar iets te beleven en te ontdekken valt.”

Een ding is duidelijk: Jan Anton bevat de gave van de helderheid en de duidelijkheid.

En door zijn overtuigende analyse ligt de keuze voor 95% vast: het wordt niet de Bourgogne maar de Lot-et-Garonne. Perfect haalbaar op een dag vanuit België en als we van daar uit naar het zuiden rijden, staan we op minder dan een dag bij Jan Anton aan de voordeur.

Terwijl ons kijkglas vol blijft smeden we embryonale plannen voor een heuse wijnuitwisseling tussen onze landen.

Alvast santé!

(9 maart 2022)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: