Zien en gezien worden in Saint-Tropez

8 juni
Saint-Tropez doet aan vanalles denken: aan Louis de Funès en zijn gendarmes, aan boten die liefst zo opzichtig en groot mogelijk zijn en aan bruingebrande lichamen die met grote zonnebrillen over de dijk flaneren.

Klopt allemaal. Zonder fout. Waar echter niemand aan denkt, zijn bromfietsen. Saint-Tropez stikt ervan. Het verkeersinfarct van Sainte-Maxime naar Saint-Tropez in de voormiddag en omgekeerd in de namiddag is bij de locals zo’n gemeengoed dat ze liever investeren in gemotoriseerd lawaai op twee wielen dan elke dag, zoals wij, met een slakkengang vooruit te bollen. En dan zijn we momenteel nog in het laagseizoen. In de zomermaanden sta je gewoon een volledige dag stil tussen de badplaatsen, vandaar dat malafide bootbedrijfjes er niet beter op gevonden hebben om je tegen belachelijk hoge prijzen van strand naar strand te varen. Nu, de gemiddelde Sainte-Maximiliaan en Saint-Tropeziër is kapitaalkrachtig genoeg om er geen belegde boterham minder voor te eten, dus maak je daar geen zorgen over.

Met moeite vinden we een parkeerplaats in het stadje dat we ons veel groter en luxueuzer hadden voorgesteld. Saint-Tropez is niet groots aan land, maar wel op zee. Hoe groter de boot, hoe belangrijker je bent en, zo blijkt ’s middags tijdens de lunch, hoe fouter je kledingkeuze is, toch wat de rijke oude stinkerds betreft die er met een jonge, liefst zwarte, dame op uit varen en flaneren langs de vele terrasjes.

Want dat is Saint-Tropez: zien en gezien worden. Mensen die zich kleden en opmaken om te flaneren. Andere, maar soms ook dezelfde mensen die zich nestelen in een zetel, jawel, een zetel op een terras. Alle terrasstoelen en ook de terraszetels op luxueuzere terrassen zijn gericht naar de promenade langs het water.

Cultureel heeft de stad naast de citadel weinig te bieden, maar dat verwacht ook niemand van Saint-Tropez. Toch is het een aanrader om dit hoogste punt te beklimmen want je hebt er een groots zicht op de stad, de baai en enkele andere badplaatsen.

Voor de rest biedt Saint-Tropez dat wat je ervan verwacht: veel winkels, kunstgalerijen en terrasjes. De markt op de Place des Lices is zeker ook een aanrader, net als de ambachtelijke ijsjes op de dijk.

Wat een verplicht nummertje was op ons programma, zeker omdat de badplaats maar een half uur van ons domein verwijderd ligt, valt uiteindelijk reuze mee, zodat we tot voorbij drie uur in de stad flaneren.

Het is aangenaam vertoeven in Saint-Tropez en de straatjes lijken, in tegenstelling tot wat je ervan verwacht, eerder gecopypaste uit een authentiek Provençaals dorpje dan uit een grote stad in de regio.

Wanneer we op het domein aankomen, duiken Els en Rune onmiddellijk in het water. Finn houdt het bij pootjebaden op de trapjes van het zwembad. Ikzelf lees verder in Encore Provence, want zwemmen is niet direct my cup of tea.

Het moet ondertussen een kleine 20 jaar geleden zijn dat ik nog eens een zwembad gefrequenteerd heb om er zelf de borst nat te maken. De oorzaak hiervoor ligt hem in een redelijk traumatische ervaring in SunParks. Zoals elk jaar verbleef ik in mijn puberteit met mijn ouders in een bungalow in Nova Park in De Haan. Toen niet zo ver van het bungalowpark, waar ik als 12-plusser nog maar weinig vertier vond, een SunParks opende, was ik niet weg te slaan uit het waterpretpark. Tot ik op een dag in het golfslagbad op een moment dat er geen golven waren aan de kant aan het zwemmen was. Het gebeurde wel meer dat het pas aangeplante groen aan de ‘oever’ bladeren verloor die in het water terecht kwamen, maar drie blaadjes die zo’n frivool trio vormden en samen in het water dreven, vond ik echt wel opvallend, tot ik dichter kwam. Het waren geen blaadjes die net voor de golven eraan kwamen zorgeloos ronddobberden zo’n halve meter van mijn neus, maar drie drolletjes. Gewoon gortig. Op dat ogenblik trekt je puberale redeneervermogen overtuigd aan de alarmbel. Sinds die ervaring in SunParks beschouw ik zwembaden als openbare toiletten met als enig verschil dat er meer water bij komt kijken.

Het is dan ook een redelijke overwinning te noemen dat ik vandaag de sprong in het diepe gewaagd heb, alhoewel ‘sprong’ is misschien iets te dichterlijk overdreven. Trapje per trapje daal ik af ik het veel te koude water, op vraag van zowel Rune als Finn. Het is verschrikkelijk koud en alle zin om effectief ‘ten onder’ te gaan ontbreekt me.

20 jaar op het droge hebben ervoor gezorgd dat de zwemfinesse volledig is verdwenen. ‘Baksteenslag’ lijkt me dan ook de meest correcte benaming voor de zwempogingen die ik onderneem. Rune, die ondertussen heen en weer zwemt, staat duidelijk een eind verder dan zijn ouwe.

Na goed een half uur in het water komt stilaan een zekere routine in de zwembewegingen en begrijp ik ten volle waarom zwemmen een sport genoemd wordt voor je hele lichaam.

Wanneer de kinderen in slaapstand gaan, breekt de papa-en-mama-tijd aan op ons terras. Een kleine selectie tapas moet eraan geloven. Het is fijn vertoeven in de Provence.

(8 juni 2010)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: