De Apocalyps

7.jpg

Geloven doe ik niet, maar ik heb wel respect voor zij die het wel doen, al was het maar voor de schitterende kunst die al millennia lang uit de verschillende godsdiensten voortvloeit.

Als de getuigen van Jehovah voor de deur staan, nochtans niet bekend van grootse kunstescapades, laat ik de werkmannen op rust, de brave huisvrouwen of de soms wel zeer jonge pubers hun verhaal vertellen tot op het moment dat ze mij willen diets maken dat de duivel voor de deur staat, dat we dus moet geloven en ernaar handelen, dat we alles wat we tot nu toe weten moeten afzweren in functie van het hogere, ‘hun hogere’. Op dat ogenblik, en soms zijn ze dan al zo’n 20 minuten bezig, kan ik het echt niet laten om met hen in gesprek te gaan (een discussie wil ik het niet noemen). Niet dat mijn waarheid te verkiezen is, maar laat ons op z’n minst respect hebben voor elkaars ideeën en niet proberen om elkaar te overtuigen in functie van een instituut. Geloven is meer dan ok, er een godsdienst van maken heeft in het verleden alleen maar voor miserie gezorgd, nu nog steeds trouwens.

‘Bijgeloven’ doe ik al zeker niet. De astro-tv-seances zijn een aanfluiting voor elk logisch denkend mens, voor alles waar we eeuwenlang samen in volwassen geworden zijn. Astrologische sessies zijn op zich al beschamend genoeg binnen de muren van een huiskamer, laat staan dat strijkend of afwassend Vlaanderen er ’s ochtends baat bij heeft om de kaarten te zien lezen van je eigen buurvrouw. Ga dan naar een bruine kroeg en speel er met de kaarten voor het plezier, voor de babbel.

Waarom vertel ik dit nu allemaal in een wat op zich geestig reisverslag zou moeten zijn?

Soms betrap ik me erop dat er lijnen of patronen in een dag zitten die waarschijnlijk louter berusten op toeval, maar die je toch aan het denken zetten.

Neem nu vanmorgen. Ik ga naar de SuperU in Chinon voor inkopen. De winkel is iets voor 9 nog gesloten, dus ga ik alvast tanken in het SuperU-benzinestation dat op het einde van het parkeerterrein van de winkel ligt. Ik plaats me aan pomp 4 en zoek de betaalterminal. Die staat bij pomp 2. Ik volg daar alle instructies maar kan niet selecteren dat de diesel bij pomp 4 eruit moet lopen. Miserie dus. Ik zet de auto dan maar aan pomp 2 en gooi de tank vol. Even later merk ik op dat er een kleine file staat aan het betaalloketje aan de uitrit van het benzinestation. Omdat ik toch al betaald heb, rijd ik achteruit de parking van de SuperU op, die ondertussen het bordje ‘ouvert’ aan de deur heeft hangen. Druk gesticulerend komt de loketdame uit haar hokje gesprongen en gooit zich voor de C8, op zich vreemd als je op dat ogenblik achteruit rijdt, maar soit. Blijkbaar heeft ze bij het verplaatsen van de auto de betaaltransactie via ‘carte bleue’ geannuleerd om de een of de andere reden, en dus heb ik nog niet betaald voor de volle tank. Of ik mee naar het loket wil komen om alsnog te betalen?

Geen probleem.

Het loket is echter van de bewoonde wereld afgesloten. Haar sleutels liggen nog netjes waar ze ze heeft laten liggen toen ze buiten stormde en de veiligheidsdeur hermetisch achter haar gesloten werd. Om een lang verhaal kort te maken: het duurt een half uur voor de gerant van de SuperU vaststelt dat de reservesleutel van het loket ontbreekt, en dus dringend bijgemaakt moet worden, en voor hij zich bedient van MacGyveriaanse hulpmiddelen om het slot van de veiligheidsdeur te openen, zoals daar zijn: een andere sleutel (‘Que?’ zou zelfs Manuel in Fawlty Towers vragen), een bankkaart, een korte schroevendraaier en uiteindelijk een lange schroevendraaier.

Na een krachtig ‘Eureka’ van de gerant en een kort applaus van de ondertussen 15 mensen die staan aan te schuiven om te betalen, zwaait de veiligheidsdeur open en kan ik eindelijk mijn beperkte inkopen aanvatten en al even snel afronden.

Ok, wat is hier nu zo speciaal aan? Niks natuurlijk.

Toch is het vreemd dat net vandaag ook de SPG (in het Vlaams: de GPS) het laat afweten. Hij stuurt ons in het heenrijden in een wijde bocht rond Angers en bij het terugkomen herkent hij zelfs de tolwegen niet meer. Niet veel later rijden we door een bosrijke omgeving waar de eerste 20 kilometer geen enkele afslag te bespeuren valt. ‘Probeer nu om te keren’, ‘Draai hier linksaf’ en andere fijne instructies fluistert de vrouwenstem ons in het oor terwijl we tegen 130 over de Franse autostrades scheuren. Op sommige momenten geeft het ding een vertraging aan van meer dan 4 uur! Uiteraard is er dan nog altijd de wegenkaart als buffer, maar wil het nu net niet lukken dat we die vandaag voor de eerste dag op rij niet mee hebben genomen?

Toeval? Ik geloof het amper. Zeker als je weet dat een van de highlights van vandaag de Tenture de l’Apocalypse is in de versterkte burcht van Angers. Is het een teken voor mijn ketters bestaan?

Ik waan me opnieuw aan mijn voordeur en de laatste passage van Jehova’s getuigen bij het aanschouwen van het 100 meter lange wandtapijt dat de meest vreselijke taferelen toont uit de Apocalyps, figuratief geïnspireerd door de oorlog waar de Fransen op dat ogenblik met de Engelsen in verzeild waren geraakt. Wil je mensen doén geloven, dat zijn dit soort metaforen gefundenes Fressen.

Rune stapt de volledige 100 meter af ter verificatie van de lengte van dit indrukwekkende wandtapijt dat in de tijd versneden raakte en zo’n 100 jaar geleden opnieuw bij elkaar werd gepuzzeld. Op de doos van de puzzel stond waarschijnlijk de boodschap ‘Past niet in de doos’. Finn laat de gedetailleerde wandtapijten aan zich voorbij gaan.

De salamanders in de bloemrijke kasteeltuin kunnen hen echter allebei bekoren. Ze vliegen over de kiezelpaadjes, duiken onder in de weelderige borders en lopen zelfs over je hand.

De rijke bloemenpracht en groene zones van de kasteeltuin zetten zich overigens verder in de rest van de stad. Angers bestaat voor een derde uit groen en dat zie je. Op een schaal van 0 tot 10 staat Orléans voorlopig eenzaam op 0 en Angers op 10. Ik kan me moeilijk een stad inbeelden waar parken, tuinen en andere plantrijke rustpunten meer aanwezig zijn dan Angers, zelfs de ruimte tussen de tramsporen is ingezaaid. Misschien een aandachtspuntje voor de Patrick Janssensen en andere visionairen op het vlak van ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling: voorzie groene rustpunten, zorg voor speeltuigen, leg petanquebanen aan, en doe nog veel meer kleine investeringen, liever dan alleen maar de grootse monumentale projecten, om een stad echt leefbaar te maken. Het kost een stuk minder en het rendement is veel groter.

Aan de ondertussen zonovergoten fontein in het verlengde van de kathedraal is het fijn vertoeven. De trappen tussen de fontein en de kathedraal doen denken aan Montmartre al is het hier een stuk minder toeristisch.

Bij het oversteken van een kruispunt roep ik Finn al zingend bij me met de Paul Severs-verzen ‘Kom bij mij, ja ja ja, dicht bij mij, zie je niet mijn verdriet’. Een nieuwe zomerse wandelhit is geboren, zeker met de Lee Toweriaanse armbewegingen die we erbij bedenken.

(27 juli 2011)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: