Als de kat van huis is

reisverslagen

Het zou een decor kunnen zijn uit een Franse film uit de jaren 60. Het terras waar ons ontbijt ons staat op te wachten, ligt onder een grote boom die voldoende schaduw biedt terwijl hij voor een licht ruisende soundtrack zorgt samen met enkele ijverige vogels. De wolken zijn ze vanmorgen vergeten op te hangen tegen de felblauwe lucht en de ruw bezette oranjegeel gekleurde muur past wonderwel bij de oude blauwe plooistoelen en de ruwe tafel die vroeger nog dienst gedaan heeft als deur. Het tafellaken met kleine witte en blauwe blokjes zet de decoratieve kers op de croissant.

Elk moment verwacht je Jean de Florette die de hoek voorbij komt of Louis de Funes in een oude Citroën, al zou die laatste het knap moeilijk hebben in de smalle straatjes van het dorpje.

De kat des huizes geraakt net voor we aan tafel gaan in extase wanneer ze haar baasje de verschillende soorten beleg ziet aanrukken en springt op een onbewaakt moment op tafel om alvast de kaas grondig voor te proeven.

Na het ontbijt wisselen we wijnadresjes uit met Joanna. Ze tipt ons Clos de Trias op enkele kilometers van de b&b.

Omdat het domein op de weg naar Vaison-la-Romaine ligt, maken we er onze eerste stop van. Het terrein ligt er verlaten bij. De zon brandt fel en de hitte komt je tegemoet vanuit de okerkleurige rotsen. Het enige wat ontbreekt, is een voorbij stuiterende hooibal om er een westernsetting van te maken. Maar zoals gezegd: geen Clint Eastwood of gewone stervelingen te zien op het domein.

Aan een grote poort hangt een papiertje met een telefoonnummer in geval Eastwood en de zijnen er niet zouden zijn. De voicemail van de cowboy is minder avontuurlijk. Ze zijn er niet, maar we kunnen een telefoonnummer achterlaten. Plots beseffen we dat het vandaag Hemelvaart is, een feestdag dus. Hopelijk hebben de andere domeinen niet hetzelfde idee om vandaag de keet te sluiten en de wijnliefhebbers te laten uitdrogen op de stoep.

Vaison-la-Romaine heeft een geschiedenis die ver teruggaat. Voor de Romeinen was Vaison een belangrijk kruispunt en ook in de middeleeuwen was Vaison een aantrekkingspunt voor de regio, vooral omwille van haar gunstige ligging bovenop een hoge rotsformatie. Vanaf het dorp, en zeker vanaf de burcht heb je een enorm uitzicht op de omgeving. Je vindt er heel wat pittoreske plekjes waar de tijd stil is blijven staan.

In tegenstelling tot Les-Baux-de-Provence is het middeleeuwse dorpje van Vaison niet gezwicht voor de commerciële druk van handelaars in lokale producten en rommel voor toeristen. Die werd bewust buiten de oude stad gehouden en geconcentreerd in een winkelstraatje voor toeristen waar er voortdurend krekels met sensoren tjirpen, je mottig wordt van de straffe lavendelgeuren en na een tijd geen blok marseillezeep meer kunt zien. Je moet er echter door om tot bij de Romeinse site te geraken.

Bij een vorig bezoek aan de Romeinse ruïnes, zo’n kleine 20 jaar geleden, smolten we bijna compleet weg met de volledige lerarenopleiding. Het zou de bevoorrading van jong bloed in de Kempense scholen zwaar onder druk gezet hebben de jaren erna.

Bloedheet was het. De oude straten en de halve meter hoge muurtjes in natuursteen weerkaatsten het zonlicht oogverblindend. Dat in combinatie met een overdosis te goedkope rode wijn de dag ervoor in een of ander goedkoop grillrestaurant, zorgen er nu voor dat de Romeinse restanten van Vaison me als nieuw overkomen.

Nu ja … nieuw? Je moet een pak verbeeldingsvermogen hebben om je gebouwen voor te stellen op de plek waar nu alleen nog lage muurtjes staan. In Knossos hebben ze het in het begin van de vorige eeuw anders gedaan. Daar reconstrueerde Evans het paleis opnieuw zoals hij dacht dat het eruit gezien moet hebben met de nieuwste bouwtechnieken. Er werd vlijtig beton gestort en hij gebruikte ook stalen constructies om de boel recht te houden. Of de Minoïsche beschaving zo effectief paleizen optrok, is weinig waarschijnlijk en ook de stijl van wat je nu in Knossos vindt, oogt eerder art deco dan duizenden jaren oud.

Ondertussen gaan archeologen veel oordeelkundiger te werk en hebben ze respect voor het verleden. Anderzijds is de gemiddelde bezoeker, en ik reken me daar voor alle duidelijkheid ook bij, niet in staat om zo veel historisch correcte fantasie op te roepen om er ook effectief iets in te zien.

Geef het nog een jaar of 5 en in plaats van een vervelende audiogids die meestal te veel nutteloze feitjes bevat, krijg je een bril mee die de oude stad tot leven brengt, terwijl je door de ruïnes loopt. Vergelijk het met de ‘Toen en nu’-boekenreeks van Könemann waar telkens voor een foto van een ruïne een transparante tekening zit die een beeld geeft van hoe het vroeger was. Wat gaan al de gidsen dan doen? Zeker op druk bezochte locaties zal de huidige generatie gidsen waarschijnlijk de laatste zijn, net zoals de ticketscheursters aan de inkom van een ruïnecomplex al een tijdje vervangen zijn door poortjes met een scanner.

We zoeken verkoeling in het nabijgelegen Romaanse kerkje met een gerestaureerde kloostergang en gaan daarna eenvoudig maar copieus lunchen op het terras van een sportcafé voor we ons laten gaan in dit schitterende wijngebied.

Het eerste huis dat we aandoen is Gabriel Meffre in Gigondas, een gigantisch grote wijnproducent. Hoe die in mijn selectie terecht is gekomen, weet ik nog steeds niet, maar nu we er toch zijn, proeven we wat de jongens in de aanbieding hebben. De man die ons met een keurig Nederlands accent laat proeven, komt uit Vosselaar en woont sinds 7 jaar in de regio. We kopen elk een kartonnetje Vacqueras, eerder uit beleefdheid omdat je van dit soort huizen in België meer dan voldoende verdelers vindt.

Het tweede domein is EARL Faravel. Volgens de Guide Hachette ligt het in de Rue du Portail in Gigondas, maar de straat staat niet in de gps. In Gigondas is er ook een soort van Maison des Vins waar je alle Gigondas kunt proeven en kopen tegen de prijs van het domein. Dan zullen we hem daar wel vinden.

Net voor we de zaak binnenstappen, zien we echter een handgeschilderd straatnaambordje hangen: Rue du Portail. We lopen de straat in en komen onderweg een oud vrouwtje tegen dat in haar ligstoel geniet van de zon en zo haar ribfluwelen huid nog meer op de proef stelt.

Iets verder ligt de proefruimte van het domein. Wanneer we aankloppen, hijst het dametje zich uit haar ligstoel en komt ze enthousiast (sommigen zouden het ‘labiel’ noemen) op ons af.

Omdat ze direct ziet dat we geen landgenoten zijn, zet ze zich in kleutermodus. Ze legt alles uit alsof we net zindelijk zijn, met druk gegesticuleer, met tekeningetjes, geschreven getallen, veelvuldige herhalingen en alles wat ze uit haar oude kleerkast kan halen om ons mee te krijgen in haar verhaal. De oude schuur schiet haast vanzelf in brandt wanneer ze de stijgende alcoholgraad richting 15 graden onder onze aandacht brengt. Extatisch is ze. Volgens haar past een Gigondas en een Vacqueras bij alles. Als je dus ooit een etentje organiseert met aangepaste wijnen, kies dan voor Gigondas en Vacqueras, dan zit je altijd goed volgens het oude Duracell-konijn op speed.

Even later komt een Duits koppel de zaak binnen. De man bestelt onmiddellijk 60 flessen van de vin de table. Ze komen al jaar en dag naar het dorpje en kopen er altijd dezelfde wijn, en ook al zegt de man in zijn beste Frans dat hij niet komt om te proeven maar ineens wil bunkeren, het dametje zet in een instinctieve reflex twee proefglazen klaar die ze ruim vult. Met een hunkerende blik kijkt ze naar de man alsof ze hem voor het eerst ziet. ‘Dat gebeurt nu werkelijk elk jaar’, zegt de Duitser met een monkellachje tegen ons. De tafelwijn laten we liggen. We gaan voor de Vacqueras. ‘Een heerlijke wijn tegen een zeer scherpe prijs’, horen we het dametje nog zeggen. Waar hebben we dat nog gehoord?

Nadat we de kartons in de auto hebben gelegd, stappen we nog even binnen in het Maison des Vins, het zenuwcentrum van de Gigondas. Alle domeinen waar er te proeven valt, zijn er vertegenwoordigd met kleine proefflesjes. Op de rekken staan alle wijnen die je kunt proeven, gesorteerd per jaar.

Gigondas is geen goedkope wijn en ook de zaak zelf ziet er alles behalve onderkomen uit.  Een watergespoelde crachoir, glazen die eerst worden uitgesproeid voor ze in een aangepaste vaatwasser voor wijnglazen gaan en een zeer professionele dame achter een balie die volstaat met perfect gekoelde babyflesjes godendrank.

De dame achter de balie mag geen oordeel vellen of voorkeur opdringen aan de bezoekers. Ze vraagt je wat je zoekt in een wijn en begint dan vlot kruisjes te zetten op een blad waarop alle wijnen staan die je kunt proeven. Ze duidt er meer dan tien aan. Om een dergelijke selectie te maken, heb je serieus wat kennis nodig van je aanbod. De een vraagt naar een bepaalde smaak, de andere naar een rijpingsproces en wij willen uiteraard de kleine wijnboeren leren kennen. We proeven uiteindelijk twee wijnen, waarvan we een karton meenemen.

Onze laatste halte is domein Chante-Perdrix, dė ontdekking van de eerste wijntrip: een zeer lekkere en relatief betaalbare Châteauneuf-du-Pape. Vorige keer kochten we hem in aan 15 euro per fles. Enige kennis van indexering leert dat hij waarschijnlijk nu rond de 17 euro zal kosten, maar dat hebben we er graag voor over.

De rit ernaartoe eindigt echter met een anticlimax: we staan voor een gesloten poort. Ze zijn gesloten met Hemelvaart. Nadat we de halve hemel hebben volgescholden, zien we een bordje hangen aan de poort. In geval van afwezigheid kun je de wijn proeven en aankopen in Châteauneuf zelf. We bellen naar Vinadea en hoera, het Maison des Vins blijkt wel open vandaag.

De gps van de Mercedes herkent de straat, dat is alvast een goed begin. Alleen blijkt de auto redelijk groot om door de smalle straatjes van Châteauneuf te kronkelen. We vrezen geregeld voor de zijspiegels en al zeker voor de bloembakjes die als extra hindernissen werden opgehangen.

We passeren uiteindelijk de wijnzaak, maar er is geen plek om te parkeren, toch niet zonder alles wat achter ons komt te blokkeren. Een probleem in heel het dorp eigenlijk: nergens ter wereld zie je zo veel mensen met flessen en kartons wijn op straat rondlopen als in Châteauneuf. We houden onze adem in en proppen de Mercedes verder door de eenrichtingssteegjes tot we buiten het dorpje zijn. Even verder parkeren we de auto en gaan net als iedereen te voet naar het centrum.

In Vinadea vind je het betere werk. Strak in het gelid op dikke legplanken, maar ook licht ingedommeld in open wijnkisten alsof je op de babyslaapzaal in een of andere materniteit rondloopt. Ook onze geliefde Chante-Perdrix is aan een late siësta bezig.

De dame aan de balie is een pak minder vlot en beslagen dan die van de Gigondas. Toch trekt ze gewillig een flesje Chante-Perdrix open van 2010. Andere jaren heeft ze niet. We besluiten morgen opnieuw onze kans te wagen op het domein zelf voor een grondige proeverij om vervolgens de grenzen van de VISA-kaart op te zoeken.

Omdat het veel te lekker weer is om terug in de auto te kruipen, sluiten we de proefnamiddag af op een terrasje met een lekker rosétje en een plankje charcuterie als eerste apéro. De tweede volgt iets later bij Joanna op het terras terwijl ze weer ijverig staat te kokkerellen. Opnieuw zijn de bordjes die ze inzet visuele pareltjes. De pure keuken van de Provence op mooie borden en dat voor geen geld.

(29 mei 2014)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: