Pastis de Marseille maar dan net even anders

We geraken deze ochtend moeilijk uit ons bed. En we zijn duidelijk niet alleen. Bij een aantal kinderen is de motivatie ver te zoeken om Marseille te bezoeken, wat op zich niet vreemd is na enkele dagen waarin iedereen zonder morren steden, kerken en pleinen heeft afgevinkt. Uiteindelijk is het alleen Robbe die mee de stad in gaat. De rest kiest voor een dagje rust. Begrijpelijk. Zelfs op reis zit er ergens een limiet op cultuur.

We nemen de shuttlebus richting Marseille en willen daarna van aan de oude haven met het toeristentreintje naar de Notre-Dame de la Garde tuffen. Een klim te voet had ook gekund, maar zien we in de ochtendwarmte niet direct zitten. We spreken toch al gauw van een hoogteverschil van zo’n 200 meter.

Het plan was om eerst naar de oude haven te wandelen en daar het treintje te nemen, maar wanneer we de shuttle uitstappen, staat dat treintje ons gewoon op te wachten. Efficiëntie ten top.

“Waar moeten we betalen?” vraag ik nog.

“Nu nog niet, gewoon opstappen. Op het einde kun je betalen,” zegt de man die later ook onze chauffeur/machinist blijkt te zijn. Het soort vertrouwen in de medemens dat je niet meteen verwacht in een stad als Marseille.

We stappen op en rijden richting oude haven. En dat gebeurt aan een stevig tempo. Waar je normaal net iets sneller dan wandeltempo vooruitgaat, duwt deze chauffeur stevig op het gaspedaal. Niet dat we klagen. De lentebries doet deugd.

Aan de oude haven stopt het treintje ineens en worden we vriendelijk verzocht om uit te stappen en een ticket te kopen. Aan de kassa staat een rij die langer is dan het treintje zelf, en achter de kassa wachten nog eens vijf keer zoveel mensen tussen pretpark-linten.

We kijken elkaar aan. Dit gaat lang duren.

We beslissen om het anders aan te pakken en nemen de bus. Alleen Belinda zou liever alsnog met het treintje gaan. Maar gelukkig is er dus tot op zekere hoogte democratie in ons gezin en zijn we oneven in aantal. Met een tweederde meerderheid wordt gekozen voor de bus. Niet alleen een stuk goedkoper, maar vooral ook sneller. En dat blijkt geen slechte keuze. De chauffeur, duidelijk iemand met ervaring, manoeuvreert zijn bus van een meter of tien moeiteloos door smalle straten, langs dubbel geparkeerde auto’s en paaltjes die net niet geraakt worden. Indrukwekkend en ook bij momenten echt spannend, maar we geraken vlot boven.

En het uitzicht maakt alles goed. Boven aan de basiliek ligt de stad open voor je. Onze boot, die de voorbije dagen alles domineerde, is plots herleid tot een wit streepje in de verte.

Om de basiliek te bezoeken, moeten we wachten. Niet netjes tussen pretpark-linten, maar gewoon in de volle zon tegen de gevel. Het schiet niet echt op en even later horen we waarom: het bezoek wordt tijdelijk stilgelegd omwille van een misviering. Die dekselse gelovigen!

Na meer dan drie kwartier wachten mogen we eindelijk binnen. En het moet gezegd: het is de moeite waard. Binnenin de Notre-Dame de la Garde valt meteen het rijke interieur op, met mozaïeken, goudaccenten en een overvloed aan details. Aan het plafond hangen ex-voto’s, boten die geschonken zijn door zeelieden en vissers als dank voor een behouden vaart. Een symbolische link met de zee die hier overal aanwezig is.

Wanneer ik bij het binnenkomen even een foto wil nemen, worden we aangespoord om door te lopen door een man die eruitziet als een wegenwerker in veiligheidsuniform. Fluorescerende strepen inbegrepen. Ik trek me er weinig van aan en neem mijn tijd. Iets wat ik ooit geleerd heb van mijn oud-geschiedenisdocent Frans De Wever: als iets de moeite is, neem je er tijd voor en doe je net alsof je de klagers niet begrijpt. Werkt na al die jaren nog prima.

Voor de lunch zakken we terug af naar de oude haven en belanden we bij Le Petit Pernod. Onze tafel ligt iets verder van de straat, tegen de gevel, wat zorgt voor rust maar toch zicht geeft op de haven en de basiliek in de verte. Een ideale combinatie.

We starten met oesters en roze garnalen als apero, waarna Robbe kiest voor rigatoni met truffel en burrata. Belinda en ik gaan voor linguine met zeevruchten. Alles is van uitstekende kwaliteit. Ook de wijn stelt niet teleur: een witte Domaine La Cadenière – Léonie. Snel even opgezocht: 9,5 euro op het domein en hier 25 euro op de kaart. Meer dan correct. Iets wat je in Vlaanderen nog zelden tegenkomt. En mocht je dat wel ergens vinden, please let me know.

Na de lunch wandelen we langs de waterkant richting de Cathédrale La Major, een kathedraal die zijn naam niet gestolen heeft. Groots, imposant en anders dan de basiliek van eerder op de dag. Waar je automatisch naar boven kijkt in de Notre-Dame de la Garde, richting indrukwekkend plafond en dus de hemel, trekt hier de mozaïekvloer je blik naar beneden. Alsof je als bezoeker subtiel wordt herinnerd aan je plaats als gewone sterveling.

Binnen weerklinkt het monotone geprevel van een vrouw die het Onze Vader op repeat lijkt te hebben staan. Het is misschien wel mijn grootste probleem met godsdienst. Dat je dingen zomaar moet aannemen en niet meer nadenkt over wat je prevelt. Hoe vaak heb ik het niet gedacht wanneer ik in ons dorp oudere mensen woordelijk zinnen hoor afdrammen tijdens een mis, vaak in vraag-antwoordvorm met de pastoor: weten die mensen wel wat ze op dat moment zeggen?

“Ik ben niet waardig dat ik tot u kom, maar spreek en ik zal gezond worden” bijvoorbeeld. Vreemd dat die oudere generatie niet meer complexen en een slecht beeld over zichzelf heeft overgehouden aan al die missen dan de huidige jonge generatie aan hun socials. Het minderwaardigheidscomplex dat onze voorgangers is aangepreveld is ongezien.

Eens de kathedraal buiten geeft Belinda aan dat ze dringend nood heeft aan een sanitaire stop. Dus zoeken we een terras op. Een geval van heirkracht. Ik bestel een pastis, dat hoort in Marseille. Ricard staat bekend als ‘Pastis de Marseille’ en roept bij mij een instant zomergevoel op.

Alleen niet hier.

Ik krijg mijn pastis in een zwart, ondoorzichtig plastic kokerbekertje. Een soort sombere boomwhacker met bodem. Je ziet niet hoeveel erin zit, je ziet niet wat je bijschenkt… ongeveer alles wat een pastis niet hoort te zijn.

Willen we afspreken dat we dat niet meer doen? Erg dat ik dat als Vlaming aan Fransen moet uitleggen in de stad van de Ricard.

(zaterdag 18 april 2026)

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑