Na een dagje luieren op zee gaan we vandaag van boord in Piraeus, de havenstad van Athene, die in de oudheid samen met de hoofdstad door metershoge stadsmuren een geheel vormden.
De muren zijn ondertussen gesloopt en een rit van de haven naar centrum Athene duurt dezer dagen zo’n 25 minuten.
Terwijl we zitten te ontbijten, zien we de gele sliert taxi’s op de kade met de minuut langer worden. Onze taxichauffeur blijkt een hevige Trump-fan. Op zijn dashboard ligt een rode pet met Make America Great Again. Wil hij de Amerikaanse cruisegangers paaien of gelooft hij echt in Trump en waar hij voor staat?
Waarschijnlijk het tweede. Stilletjes in zijn hoofd droomt de zestigjarige taxichauffeur van een Griekse Trump die zoals zijn Amerikaanse voorganger – alvast in woorden – belooft dat hij het Griekenland uit lang vervlogen tijden kan terugbrengen. De tijd dat de Griekse regio nog groot was, de tijd dat Alexander de Grote een rijk had, groter dan wie hem dat ooit had voorgedaan, een tijd dat de basis van de democratie werd gelegd tussen de ommuurde stad en haar haven.
Het moet pijn doen voor zo’n man om zijn stad zo te zien verloederen. Als taxichauffeur word je letterlijk elke seconde van de dag geconfronteerd met het verval van je thuishaven. Een kantoorwerker heeft alleen op weg naar en van het werk last van het uitzichtloze verkeersinfarct en de dichtgeslibde straten waar verkeersregels facultatief lijken en tussen auto’s wriemelende motorfietsen normaal zijn. Zo’n kantoorwerker stoort zich alleen op weg naar en van het werk aan de gatlelijke graffiti die minder getalenteerde spuiters op letterlijk elke gevel, brievenbus en elektriciteitskast hebben achtergelaten omdat ze zoals straathonden dat plegen te doen hun terrein wilden afbakenen.
Als taxichauffeur onderga je als ware Sysifus elke taxirit als nieuwe kwelling.
De start van onze wandeling lijkt veelbelovend, althans op papier. De Kendriki Agora, de centrale markt van Athene, is volgens de reisgids de hedendaagse versie van de vroegere Romeinse Agora. Wanneer onze taxichauffeur ons daar afzet, overvalt ons bij het uitstappen onmiddellijk een walgelijke stank. Een kruising van urine, sterke visgeuren en het muffe interieur van een appartement met waterschade dat al enkele jaren leeg staat. Dit nodigt niet bepaald uit om even door te struinen, laat staan te proeven van lokaal lekkers.
We wandelen daarom verder naar de belangrijkste winkelstraat van Athene.


Daar stoten we op de Panagea Kapnikarea, een fraai elfde-eeuws Byzantijns kerkje midden tussen de hoogbouw. Iets verderop heeft men zelfs een hotel boven een klein kerkje gebouwd, waarschijnlijk omdat er toch nog één fiere medewerker op de Atheense dienst ruimtelijke ordening ging dwarsliggen toen een afbraakvergunning werd ingediend voor het onooglijke ding dat toch echt wel wat in de weg lag voor de zoveelste hotelketen.
Geleidelijk aan verlaten we het moderne, in verval geraakte Athene, en bereiken we de restanten van het rijke verleden. Wie graag zuilen, steenblokken en andere resten van gebouwen ziet en een groot inlevingsvermogen heeft, is in Athene aan het juiste adres. De Romeine Agora en de Oude Agora liggen ermee bezaaid. Ook al ben ik van opleiding leraar geschiedenis, ik heb weinig affiniteit met dit soort sites, maar ben wel blij dat ze bewaard zijn gebleven en niet gewoon verkast werden naar een zoveelste museum.


De agora’s van weleer, die als ware magneten inwoners en passanten van steden aantrokken, zijn nu echte rustpunten geworden. Ten minste als je de stroom bezoekers aan de Akropolis niet meetelt. Die zien we zelfs vanop grote afstand in grote drommen aanschuiven op de trappen. Eerst vanop een terras naast de Oude Agora waar amper toeristen rondwandelen, daarna vanop de Filopappouheuvel die we na een stevige klim bereiken. Ik herinner me plots de monkellach van onze taxichauffeur van vanmorgen die vroeg of we Athene te voet gingen verkennen, gevolgd door de vraag: jullie roken toch niet?
Tijdens de klim passeren we langs de gevangenis waar Socrates werd vastgehouden. Dezer dagen doet de locatie vooral dienst als Pokéstop. Dat zal die oude Socrates nooit zelf kunnen bedenken toen hij als de Jef Vermassen van zijn tijd de jury op zijn eigen proces bijna overtuigd had, maar daarna zijn eigen ruiten uitgooide door Trumpiaans in het rond te schoppen naar alles en iedereen, waarna de gifbeker volgde.



Vanop de heuvel hebben we een weids zicht op de stad en de Akropolis die als een soort van kroon bovenop Athene is gezet. Het Parthenon, veruit het bekendste bouwwerk van de Akropolis, staat net als bij mijn vorige bezoek aan Athene nog steeds in de stellingen. Het is de Griekse versie van het Brusselse justitiepaleis waar de stellingen ondertussen stellingen hebben gekregen omdat ze dringend gerestaureerd moeten worden.
We lunchen op een terrasje in een van de winkelstraatjes op weg naar de botanische tuinen. Ik ga voor de octopus stifado en de crispy shrimps, Belinda smijt zich op een moussaka.



Bij het afrekenen heeft de vlotte garçon alvast 15% extra fooi ingetypt op zijn betaalbakje.
It’s ok, sir?
Omdat het scherm er quasi hetzelfde uitziet als bij andere betalingen met creditkaart, kan ik me inbeelden dat heel wat mensen gewoon op ‘OK’ klikken en nadien op hun afschrift zien dat het lunchen uiteindelijk toch een stuk duurder is uitgevallen. Ik geef altijd fooi, tenzij de bediening echt rotslecht was, maar wil wel zelf bepalen hoeveel. Ik typ daarom zelf een bedrag in voor we onze wandeling verder zetten.
Na een kort bezoek aan de botanische tuinen passeren we nog langs het Panatheense Stadion. Op die plaats lag honderden jaren voor Christus al een renbaan die bij het begin van de jaartelling vervangen werd door een groot marmeren stadion. Bij opgravingen in de 19de eeuw werd het opnieuw blootgelegd. Toen ze een locatie zochten om de eerste editie van de moderne Olympische Spelen te organiseren was de keuze snel gemaakt. Het stadion werd volledig herbouwd volgens de oude plannen en in 1896 werden er opnieuw wedstrijden in georganiseerd.
We keren terug naar de boot met de taxi. Onze rit vanmorgen kostte 25 euro. Niet helemaal koosjer volgens mij omdat de zestiger ons achteraf vroeg om cash te betalen. Anderzijds, hij zei op voorhand wel het bedrag en dat was ook effectief wat we hem moesten betalen wanneer hij ons aan de stinkende markt dropte. 25 euro vonden we een correct bedrag en als we taxichauffeurs kunnen steunen die elke dag deze lijdensweg door de graffitistad tig keer moeten ondergaan, dan doen we dat met plezier.
Ook de veertiger die ons terug naar de boot brengt, stelt ons gerust wanneer we instappen. Bij hem is ‘alles officieel’ met de meter. Met de prijs van de rit van vanmorgen indachtig maken we ons geen zorgen. Dat blijkt even later onterecht.
Hoewel de man iets langer onderweg was dan de zestiger deze ochtend, blijkt de rit bij aankomst aan de boot meer dan dubbel zoveel te kosten. (Achteraf gezien hebben we hem geen meter zien instellen wanneer we aan het Olympisch stadion instapten en gaan we ervan uit dat zijn meter al een tijdje liep.)
Dat hij aan de terminal geen bereik heeft om digitaal te betalen, is de volgende zet van de louche taxichauffeur. Wij kunnen nochtans als boreale stervelingen perfect online met onze telefoon. Omdat we niet zomaar in zijn spel mee willen gaan, laten we hem tot twee keer toe zijn toestel opnieuw opstarten. Tevergeefs. De man schudt z’n hoofd en kijkt ons met geveinsde teleurstelling aan.
Cash dan maar?
Wanneer ik zeg dat ik niet gepast kan betalen, stelt hij me onmiddellijk gerust. Hij kan het te veel terugbetalen.
Geen probleem, sir!
Ik geef hem 100 euro. Hij begint zijn briefjes te tellen en geeft me alvast 40 euro terug. Hij duikt zijn auto in en haalt een pennenzakje met klein geld boven. Maar wonder boven wonder zit daar geen klein geld in. Tenminste niet in euro. Wel een aantal exotische Griekse munten met gaten in, waar we niets mee zijn.
De man toont opnieuw zijn puppy eyes om ons te doen geloven dat hij voor het ongeluk geboren is en er oprecht niets aan kan doen dat hij die laatste euro’s niet kan terug geven. Hij toont ons voor een tweede keer zijn lege pennenzak.
Wanneer ik hem zeg dat hij dan maar een briefje van 50 moet teruggeven en afronden naar beneden, gebaart hij dat hij het zal oplossen. Hij wandelt richting de ontvangstbalie onder het tentje van MSC. Hij praat kort met de medewerkers, kijkt om naar ons en gebaart dat ze hem niet kunnen helpen.
Hij verwacht van mij een gebaar terug dat het ok is omdat het allemaal al lang genoeg geduurd heeft.
Dat gebaar komt er niet.
De man twijfelt even om terug te komen, maar gaat dan verder naar de terminal. 5 minuten later komt hij terug met het wisselgeld.
Ok, we hebben alsnog ongetwijfeld te veel betaald, maar het doorzichtig slechte Griekse theater van de taxichauffeur was uiteindelijk wel elke eurocent waard.


(maandag 24 maart 2025)
Plaats een reactie