Vandaag doen we Palermo aan, de vroegere maffiahoofdstad op de tip van de laars van Italië.
De Siciliaanse bergen doemen op uit een ochtendlijke mist wanneer we het eiland naderen. We varen een stuk langs de kustlijn. Prachtig om zien van op ons balkon.




Het is de eerste keer dat we de MSC Seaside zien aanmeren. De kapitein kiest ervoor om het gevaarte van meer dan 300 meter achterwaarts het dok in te varen. Een knap staaltje vaarkunst. Zelfs bij het aanmeren voelen we niet de minste frictie.
Benieuwd hoe ze dat voor mekaar krijgen. Straks krijgen we hopelijk alle antwoorden tijdens de ‘behind the scenes’-excursie op het schip.
Maar nu eerst Palermo. Deze keer verkennen we de stad niet met Komoot, maar met een geprinte reisgids die ons langs de highlights loodst. Tenminste, als we voorbij de meute opdringerige verkopers geraken. Vergelijk het met de krioelende traders op de beurs van New York die over elkaar kruipen en vallen om een goede deal te scoren. De deal bestaat vanmorgen uit Palermo bezoeken met een tuktuk, een taxi, een hop-on hop-off bus of te voet onder leiding van een lokale gids. Doe dat maal 40 en je krijgt het aantal aanbiedingen dat we moeten afslaan en negeren voor we de drukke kustweg bereiken die de haven scheidt van het ondertussen vreedzame Palermo.
Eens we de kustweg hebben overgestoken overvalt ons een zelden ervaren rust. De straat is volledig verkeersvrij gemaakt waardoor de handelaars vrij spel krijgen. Grote plantenbakken en uit de kluiten gewassen bloempotten met bomen zorgen voor groen en schaduw. Eetkraampjes ontvangen hun eerste bezoekers. De geur van straffe Italiaanse koffie hangt in de lucht.
Italianen zijn doorgaans nogal bombastisch en luid in hun woorden. Het komt bij hen gewoonweg niet op om iets rustig en bedaard te zeggen. Om hun betoog kracht bij te zetten, worden alle gezichtsspieren betrokken. Niet toevallig dat ze hun gezichtsuitdrukkingen uitvergroten in de vorm van Venetiaanse maskers. En alsof dat niet genoeg is, gooien ze ook steeds hun armen in de strijd. Ze maken hun woorden nog groter met weidse armbewegingen.
Palermosianen zijn een merk van Italianen dat niet alleen sterk is in grootspraak. Ze blinken ook uit in het groots zien en het nog groter aanpakken.
We stuiten op het Teatro Politeama Garibaldi waar het Siciliaans symfonisch orkest speelt. Een gigantisch gebouw met een enorme triomfboog als toegangspoort. Op de triomfboog staat een heldhaftig tafereel met steigerende paarden en krijgers die een grote palmtak in de hand houden.




Het Teatro Politeama Garibaldi is echter maar het tweede theater van de stad. Het eerste komen we iets later op de wandeling tegen. Het Teatro Massimo Vittorio Emanuele is niet alleen het grootste operagebouw van Italië, het is zelfs het derde grootste van Europa.
Voor de filmkenners: de slotscène van The Godfather part III is er opgenomen. Don Corleone is trouwens nog steeds alomtegenwoordig in de stad. In elk winkeltje vind je T-shirts en andere spulletjes met zijn hoofd op. De echte maffia werd eind jaren 90 de kop ingedrukt door een daadkrachtige burgemeester.
Palermo is nu een propere en aangename stad die indruk maakt. De stad bruist, zeker aan de vele eetstandjes en marktkraampjes. De geur van kruidige gerechten waait je tegemoet. Omdat alle terrasjes overvol zitten, wandelen we verder via de Porta Nuova richting de indrukwekkende kathedraal van Palermo. De Cattedrale di Palermo is de grootste kerk in de stad met de duizend kerkjes. De buitenkant is een cursus kunstgeschiedenis op zich met Normandische, Moorse, gotische, barokke en neoklassieke elementen. Het contrast met de binnenkant kan niet groter zijn, die is ronduit saai te noemen.




Aan de voet van de kathedraal vinden we een vrij tafeltje op het terras van Bar Katia. Akkoord, niet direct een naam die je associeert met een bistro, eerder met een groezelige tent vol dames van lichte zeden. De zaak ziet er ook sjofel uit. Het terras, de plooitafels en stoelen staan scheef. Op de kleine tafeltjes staat een plakkerige servethouder met servetten die plastiekerig aanvoelen. Een wc-bril is een optie in de zaak, net als wc-papier. Mocht je toch hoogdringend de behoefte voelen opkomen, raad ik je aan enkele plastiek vellen uit de servethouder mee te nemen.
Maar … mijn god … wat kan die Katia koken. Voor geen geld krijgen we een perfecte pasta vongole en pasta met fruti di mare voorgeschoteld. De inktvis, vongole, mosselen en gamba’s zijn subliem van smaak. Zonder overdrijven de beste zeevruchtenpasta die ik ooit al gegeten heb.


Na de lunch wandelen we terug via de haven. De zon brandt stevig. De MSC Seaside neemt de volledige achtergrond van de haven in beslag. Iedere keer weer zijn we onder de indruk van deze drijvende stad.


En de appreciatie groeit nog meer tijdens de geleide tour achter de schermen.
Omdat vandaag de technische kant van het schip op het programma staat, wordt niets aan het toeval overgelaten. We moeten onze gsm’s achterlaten aan de balie en ondergaan een volledige bodyscan, gevolgd door een grondige fouillering.
Drie personeelsleden volgen ons gedurende de volledige toer. Een grote vlotte kerel die minstens een kop boven mij uitsteekt, een kleinere, stillere collega en een lange, smalle securitykerel met uitgetrokken gezicht wiens functieomschrijving bestaat uit zuur kijken en nooit lachen. Hij sluit de rangen en telt voortdurend het aantal mensen in onze groep.
We gaan eerst naar het 15de verdiep, naar de brug. De cockpit van de boot, zeg maar. Een uitgestrekte ruimte met grote glaspartijen. De navigatie van het cruiseschip gebeurt zo goed als volledig computergestuurd. De ramen en de vele camera’s zijn er alleen voor de menselijke dubbelcheck, mocht er bijvoorbeeld ineens een klein bootje opduiken dat niet op de radar verschenen is.
De ruimte is groot in aantal vierkante meters, toch wordt maar een beperkte oppervlakte ervan effectief gebruikt. De boordinstrumenten zijn zelfs bescheiden te noemen. Verwacht je dus niet aan een groot stuurwiel zoals in Titanic, want dat is er niet. De kapitein van de film is wel aanwezig in ons bezoekersgroepje, enfin, dan toch zijn dubbelganger.
Het schip stabiel houden gebeurt met slechts twee hendels, en om de mastodont geruisloos tot aan de kade te brengen, volstaat zelfs een hypergevoelig stuurknuppeltje van nog geen drie centimeter. Wie dat optimaal weet te beroeren, krijgt zo’n schip overal geparkeerd. De clitoris van de Seaside is dus het geheim van de vlekkeloze navigatiekunst waar we deze morgen een mooiste staaltje van gezien hebben.
In de technische controleruimte, zo’n tien verdiepingen lager, krijgen we een uitleg over alles wat gecontroleerd en bijgestuurd moet worden, gaande van rook- en branddetectie, over de zuivering van het zeewater zodat het gebruikt kan worden aan boord en de zuivering van het water van douches zodat het ingezet kan worden voor de toiletten en de wasmachines.
Heel de tijd staat de zure securityman in zwart pak op de uitkijk. Zou hij net als in de film ook zo’n flitsertje hebben om ons alles wat we gezien hebben met een flits te doen vergeten?
(13 mei 2024)
Plaats een reactie