All inclusive hersentjes

In de weken dat de kinderen bij ons zijn, stelt Belinda een weekmenu op dat tegen de tussendeur naar de keuken hangt. Dat heeft twee voordelen. Om te beginnen kunnen alle ingrediënten zo in één Collect & go opgehaald worden op maandag en kunnen we meestal een week verder. Anderzijds zorgt het ervoor dat je het aantal keren dat je de vraag ‘wat eten we vandaag?’ krijgt drastisch kunt verlagen.

In de tijd dat we nog geen menu hadden, werd ze 5 keer per dag gesteld. Wat zeg ik? Meer dan 5 keer, want enkele kinderen slaagden er telkens in om het antwoord niet op te slaan en stelden de vraag daarom gemakkelijkheidshalve gewoon opnieuw.

Soms denk ik dat de hersenen van onze kinderen in all inclusive verblijven. Wie naar een 5 sterren met alles erop en eraan trekt, is daar om vooral niks te doen, jezelf te ontspannen en voor alles waar je anders zelf voor instaat, terug te vallen op anderen: kamer opruimers, poolboys en -girls, koks, afruimers, omroepers, kelners, en ga zo maar door.

Zo functioneren de hersenen van onze tienerkinderen ook: waarom de moeite doen om zelf even na te denken over iets om zelf tot een antwoord te komen of even te graven in je kortetermijngeheugen om te kijken of er al niet eerder iets over gezegd is?

Het is veel gemakkelijk om de ouders als een soort van Siri te zien die het antwoord op alles blijken te weten.

De mate waarin de kinderen mentaal in all inclusive verblijven, verschilt: Finn is de grootste vakantieganger op dat vlak. Hem voortdurend herinneren aan triviale afspraken en hem wijzen op dingen die hij vergeet of niet volledig gedaan heeft, is een dagtaak op zich. Ook Lune moeten we voortdurend achter de veren zitten, maar het verschil met Finn is dat zij de dingen meestal wel gehoord en zelfs opgeslagen heeft, alleen probeert ze onder alles wat haar niet boeit onderuit te komen. Bij beiden is het verleidelijk om het dan gewoon zelf maar te doen, dan is het finaal sneller en beter gebeurd, alleen leren ze er dan niks van.

Zoals in elke kinderweek staat er ook deze week een restjesdag op het weekmenu: een dag waarop de overschotjes van de voorbije dagen samen, meer dan genoeg blijken voor een volwaardige maaltijd. Morgen rijden we terug naar huis en alles wat niet echt beter wordt tijdens zo’n rit, moet op.

Het is 33 graden tijdens de lunch op ons terras. De bladeren hangen stokstijf aan de bomen.

We zoeken na het eten de verkoeling van de Dacia-airco op.

De zonnebloemvelden liggen als dekens over de heuvelruggen. Sommige fel geel, andere fris groen omdat de kopjes van de zonnebloemen collectief naar beneden hangen. Tournesol, een van de mooiste woorden in het Frans: een bloem die lijkt op de zon en de grote oranje knikker als kompas gebruikt om optimaal te kunnen zonnebaden.

Kleine en iets grotere chateaus liggen verspreid tussen de velden. Onooglijke dorpjes met minivarianten van de kerk van Monflanquin worden aan elkaar geregen door de golvende weg naar Villeréal.

De bastide Villeréal is opgebouwd rondom een plein met een oude eiken markthal. Het centrum is niet autovrij. Auto’s staan er op z’n Italiaans dubbel en tripel geparkeerd, wat een ordeloze indruk geeft.

Het pittoreske van een Monflanquin vind je niet in dit dorpje. De kerk, het enige noemenswaardige gebouw van Villeréal, nodigt niet bepaald uit. Er hangt een muffe geur en de vochtigheidsgraad is er hoog. Op het plafond en de muren zien we hier en daar schimmel. Jammer dat dit soort monumentale gebouwen niet deftig wordt onderhouden.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Aan twee zaken is er geen gebrek in Villeréal: terrasjes en immokantoren. De huizen in de buurt van Villeréal staan zo mogelijk nog lager geprijsd dan elders in de regio en op een hectare of 10 meer of minder wordt blijkbaar niet gekeken. Vroeger moesten legers honderden manschappen achterlaten na een eindeloze strijd om een stukje terrein in te nemen van de vijand. Nu stap je gewoon een immo binnen en koop je jezelf een vergezicht.

Het bezoek aan het stadje mag een tegenvaller genoemd worden. Zelfs het opruimen van de kamers blijkt leuker.

Voor we naar de marché gourmand trekken, duiken de kinderen een laatste keer in het zwembad. Finn zwemt niet mee, hij heeft pijn aan zijn oor. Net voor de vakantie waren we oordopjes gaan halen die hij consequent heeft gedragen, maar op deze laatste dag blijken ook deze niet afdoende.

IMG_5170We rijden naar Saint-Sylvestre-sur-Lot, meer bepaald naar het Château Le Stelsia, zonder meer het meest opvallende kasteel van de regio waar je kunt verblijven, kuren en eten. De muren en ramen van het chateau hebben elk een opvallend kleurtje gekregen: blauw, tomaatrood en zelfs roze. Wie bedenkt het? Ook het park rond het kasteel lijkt wel op het Middelheim museum.

Het is opvallend rustig op het domein. We zijn iets te vroeg, want we willen volle tafels vermijden, maar hier heerst wel erg weinig animo.

In mijn beste schoolfrans informeer ik aan de balie van het hotel vanaf wanneer onze smaakpapillen gesoigneerd gaan worden. De man kijkt me aan als Droopy. “Désolé, monsieur, hier vindt vanavond geen marché gourmand plaats. Vroeger deden we dit wel in de zomer, maar sinds dit jaar niet meer. De toeristische dienst was hiervan wel uit gegaan en daarom staat het in al hun brochures en op tientallen websites. Erg vervelend, vraiement désolé.

Tja, daar staan we dan.

Het is te gek om terug naar het huisje te rijden, want we hebben onze restjesmaaltijd al gehad. En om onze benen onder tafel te schuiven in een lokaal restaurant is het nog te vroeg.

Bram navigeert ons richting Penne d’Agenais. Restaurant Lepeyragude staat redelijk hoog aangeschreven bij heel wat TripAdvisors. Met een beetje geluk kunnen we in de buurt al ergens iets drinken voor de tent open gaat.

Wanneer we aankomen, is het zaalpersoneel nog druk in de weer. Ze beloven ons een tafel in het restaurant, zodra ze klaar zijn. We kunnen alvast iets drinken op het terras.

De voorspelde regen blijft niet uit. Wanneer het eerste gemiezer een groter debiet krijgt, en we tussen de druppels door op onze menukaart amper nog kunnen lezen wat de menuformules inhouden, gebaart een van de serveuses dat onze tafel klaar is. Het personeel zit nog te eten aan de tafel naast ons, net voor ze aan de avondshift beginnen.

519986BF-1B02-49D2-AF1A-2341FB745B49Nog even wachten dus voor we kunnen bestellen, maar dat stoort niet.

Het geeft tijd om na te praten.

En ook wanneer we terug in het huisje zijn, wordt er verder gebabbeld.

De regen jaagt ons binnen.

De luiken houden we open voor de nodige koelte.

De laatste knabbelrestjes gaan eraan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: